maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders
de Vader aanbidden zullen in Geest en in waarheid
Johannes 4:23 

Inleiding

Het gaat hier om ware aanbidding van waarachtige aanbidders. Om aanbidding van God de Vader. Wat wil het zeggen, om als Zijn kinderen als waarachtige aanbidders van God de Vader bijeen te komen om Hem gezamenlijk te aanbidden? Dat we gedurende het bijeenzijn de tijd nemen voor aanbidding. Een tijd, die we wel "aanbiddingdienst" noemen. Wat houdt "een aanbiddingdienst" in?

In aanbidding is een tot God naderen.

Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus
Hebreeën 10:19

laten wij toetreden met een waarachtig hart
Hebreeën 10:22 

In aanbidding is een tot God naderen. Een ingaan in Zijn heiligdom. We komen daarin tot gemeenschap met Hem om Hem te aanbidden en deel te hebben aan Zijn heerlijkheid. Dat is waar niet alleen de bovenstaande maar ook andere teksten toe oproepen. Het tot God naderen kan en mag niet op grond van iets van onszelf zijn. Uit onszelf hebben we niet de mogelijkheid tot zo'n heilige God en heilige plaats te naderen. We zouden het niet verdragen en slechts oordeel ervaren vanwege onze zondigheid. Het is alleen mogelijk op basis van het vergoten bloed van Jezus en de reiniging door Zijn bloed. Op grond van heiliging en dat met een waarachtig hart.

De uiterlijke houding van aanbidding.

In de uiterlijke houding van aanbidding is een zich naar het lichaam voor God neerbuigen. Een in aanbidding voor Hem neerknielen. Neerknielen is meer mogelijk, wanneer het gaat om bijeenkomsten waar weinigen bijeen zijn of wanneer we in de binnenkamer zijn. In wat grotere bijeenkomsten wordt tijdens "de aanbiddingdienst" veelal de staande houding van eerbied aangenomen. Daarbij worden ook vaak de handen tot God omhoog geheven. De staande houding met opheffing van handen is echter meer een houding van lofprijzing. Omdat sommigen door lichamelijke gebreken daar al moeite mee hebben, blijven ze zitten. Zittend zullen ze eveneens een houding van eerbied tegenover God aannemen en dat, indien mogelijk, eveneens met opgeheven handen.

De innerlijke houding van aanbidding.

Wat de innerlijke aanbidding betreft, valt het volgende te zeggen. De uiterlijke houding van aanbidding heeft geen waarden voor God, wanneer er de innerlijke niet is. Bij de aanbidding van God moeten we in de eerste plaats tot juiste innerlijke aanbidding komen. We moeten God aanbidden met een innerlijke houding van eerbied en ontzag voor Hem. Het innerlijke is van meer waarden dan het uiterlijke. Met een uiterlijke houding van aanbidding kunnen we ons voor mensen vromer voordoen, dan we zijn. God toetst ons echter niet naar het uiterlijke maar naar de gesteldheid van ons hart. Het gaat om een toetreden met een waarachtig hart. Bij de aanbidding van God moeten we op onszelf toezien, tot Hem te naderen met de juiste innerlijke gezindheid van aanbidding.

De woorden van de aanbidding.

In het God aanbidden is een Hem vereren en bewonderen. Hem adoreren. Dat hoeft niet altijd met woorden gepaard te gaan. Het heeft met ons hart en de gevoelens van ons hart te maken. Bij aanbidding is daarom niet noodzakelijk er altijd woorden bij te spreken. De Heilige Geest kan ons echter ook tot woorden van verering en bewondering van God brengen. Dat moet op Zijn aandrijven zijn. Vervolgens kunnen "aanbiddingliederen" gezongen worden, om daarin de innerlijke aanbidding tot uitdrukking te brengen.

Het is onjuist, bij een innerlijke of uiterlijke houding van aanbidding van God, mensen en/of de satan en de demonen aan te spreken. Gods Woord leert, dat aan mensen geen aanbidding toekomt. Bovenal komen de satan en de demonen geen aanbidding toe. Niet door onze houding en/of door woorden. Vanuit een houding van aanbidding moeten we slechts woorden van aanbidding van God spreken, omdat alleen Hem alle aanbidding toekomt.

Aanbidding en het aanspreken van demonen om ze uit te drijven

Vanuit een houding van aanbidding, innerlijk of uiterlijk gericht op God, moeten de demonen niet worden aangesproken. Ook niet om hen uit te drijven. De satan en de demonen willen, dat we tot een houding van aanbidding ten opzichte van hen komen. Ze zijn die houding niet alleen niet waard. Het werd ons nadrukkelijk verboden zich voor hen neer te buigen. Ten opzichte van de satan en de demonen moeten we een houding van gezag innemen.

- aanbidding en het zich daarbij op mensen richten

In de houding van aanbidding, innerlijk en/of uiterlijk, komen we tot aanbidding van God. Het komt echter voor, dat gelovigen menen elkaar de les te moeten lezen of terecht te moeten wijzen gedurende de tijd van aanbidding in de bijeenkomst. Anderen corrigeren, hoe dan ook, moet vanuit een andere houding plaatsvinden en is ons vaak zelfs niet geoorloofd. Toch is het zo, dat sommigen menen tijdens de tijd van aanbidding het woord te moeten nemen om over de hoofden van de aanwezigen heen, anderen de les te moeten lezen.

- aanbidding en het God "bepreken"

Bij sommigen is hun aanbidding meer een “bepreken” van God. Een Hem erop wijzen, dat Hij verplicht zou zijn, het een en ander te doen. Het is onjuist op die wijze tot God, Die meest heilig is, te naderen. Het past ons, diep voor God neer te buigen en Hem niet op enige wijze terecht te wijzen of te vermanen Zich aan Zijn Woord te houden. Aanbidding van God ontaardt dan in iets anders.

De aanbiddingdienst moet "aanbiddingdienst" blijven.

Ook in deze valt op enige dingen te wijzen:

- het doorbreken van wat de heilige Geest doet ontstaan

Wanneer gedurende de aanbiddingdienst andere dingen plaatsvinden dan slechts het aanbidden van God, wordt daarin doorbroken, wat de heilige Geest kan en wil bewerken. Daarin kan de zalving van de heilige Geest, die over de bijeenkomst kwam of is, worden doorbroken.

- het doen ontstaan van een spanningsveld

Wanneer gedurende de aanbiddingdienst dingen ontstaan vanwege het occulte, eigen vlees, uit de mens zelf, ontstaat een zeker spanningsveld. Dat hoeft niet altijd alle aanwezigen op te vallen. Vooral niet de buitenstaanders, die de bijeenkomst mogelijk bijwonen. Tijdens de aanbiddingdienst moeten allen zich onder de leiding en zalving van de heilige Geest stellen. Zich op Hem afstemmen. Er moet zuivere aanbidding bewerkt door de heilige Geest kunnen ontstaan. Zowel de menselijke geest als ook satanische geesten moeten niet de gelegenheid hebben, er enige invloed op uit te oefenen en disharmonie te doen ontstaan. Wanneer er echter andere “geesten” dan de heilige Geest werkzaam zijn, wordt zekere spanning ervaren, die Gods zegen ontneemt.

- aanbidding moet aanbidding blijven

Het aanbidden van God kan gepaard gaan aan het Hem loven en prijzen. De aanbidding moet echter niet gepaard gaan of vermengd worden met gebed om uitkomsten, voorbeden voor zieken, het smeken om allerlei zaken of het dankzeggen voor ontvangen zegeningen. Een dergelijke vermenging doorbreekt eveneens de zalving en werking van de heilige Geest.

J.W. de Cock