DE GEEST MAAKT LEVEND!

Johannes 6:63 
De Geest is het, die levend maakt
2 Corinthiërs 3:3 

de Geest van de levende God want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

Inleiding:

In deze werd erop gewezen, dat de Geest levend maakt. Ten eerste door Jezus. Hij getuigde dat de Heilige Geest levend maakt. Dat in tegenstelling met het vlees. Dat doet geen nut. Wat door of uit de Geest is, is geest en leven. Wat door of uit het vlees is, is vlees en kan Gods Koninkrijk niet beërven. Daarom is van groot belang, van het geestelijke uit te gaan en het vleselijke op de achtergrond te houden. Het vlees en zijn hartstochten moeten we zelfs in de dood geven. Dat de Geest levend maakt, bleek al bij hen, die op dat moment naar Hem luisterden. Velen volgden Hem als discipel. Toch was er verschil onder hen. Johannes hoofdstuk 6 begint met “De spijziging van de vijfduizend”. Velen volgden Hem, omdat ze van de broden gegeten hadden.

Johannes 6:26  
Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt.

Er waren er, die Hem volgden vanwege het vlees. Ze waren door Hem verzadigd geworden. Nog steeds zijn er, die Hem vanwege het vlees volgen. Ze zoeken naar redding uit hún noden, naar genezing en bevrijding. Mogelijk volgen ze Hem vanwege hun lichamelijke honger en dorst. Om er naar het vlees beter van te worden. Er zijn er, die Hem volgen vanwege aardse rijkdom. Daardoor ontstond een welvaartsevangelie. Hij verscheen echter met een ander doel op aarde. Niet om ons in de eerste plaats van het aardse te voorzien, zodat het ons aan niets ontbreekt. Hij kwam om ons van ander “Brood”, dat in Hem is, te voorzien.

Johannes 6
35  Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
51   Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit Brood eet, zal hij in eeuwigheid leven; en het Brood, dat ik geven zal, is Mijn vlees voor het leven der wereld.
54-55  Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongste dagen. Want Mijn vlees is ware spijs en Mijn bloed is ware drank.

Toen Jezus over diep geestelijke zaken sprak, namen velen een aanstoot aan Hem. Ze vonden Zijn woorden hard, morden er onder elkaar over en keerden zich van Hem af.

Johannes 6:66   
Van toen af keerden vele van Zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede.

Jezus liet de Zijnen weten, dat Zijn woorden Geest en leven zijn. Wanneer we Zijn woorden over diep geestelijke zaken verwerpen, verwerpen we niet iets maar de Geest, die levend maakt. Wanneer we door of uit het vlees naar Zijn woorden luisteren, worden ze ons tot een aanstoot. Wanneer we door of uit de Geest ernaar luisteren, zijn ze ons tot leven. Het verschil ligt in de wijze van hoe we luisteren. Bij hen, die Hem volgden, was daarin niet alleen verschil. Ook in erop reageren. Omdat ze Zijn woorden hard vonden, volgden ze Hem niet langer. Anderen verstonden Zijn woorden en bleven Hem volgen. Zij, die door of uit het vlees luisteren, verstonden niet alleen Zijn woorden niet. Ook verstonden ze hen niet, die door of uit de Geest naar Hem luisterden. Nog steeds verstaan gelovigen elkaar niet altijd, omdat bij hen verschil van luisteren naar en reageren op Zijn woorden is. Niet alleen Zijn woorden zijn levend door de Geest. Voor wat met God en Zijn Koninkrijk te maken heeft, geldt, dat de Geest levend maakt. De Geest maakt prediking levend. Maakt de kerk of gemeente en haar functioneren levend. De Geest maakt gaven en bedieningen levend. Er valt veel te noemen. Juist daar waar leven door de Geest is, ontstaan wonderen en tekenen en is vrucht en groei aanwezig.

Ook Paulus schreef hierover. Toen hij de Korintiërs het verschil tussen het oude- en nieuwe verbond wilde verduidelijken, schreef hij over de levendmakende Geest. Het oude verbond had met de letter, die doodt, te maken. Het nieuwe verbond met de Geest, die levend maakt.

Door de Geest levend gemaakt en erbij blijven.

Al bij aanvang van Zijn optreden maakte Jezus duidelijk, dat we door de Geest geboren moeten worden om deel te hebben aan Gods Koninkrijk en het eeuwige. Hij noemde dat de wedergeboorte. Bij de natuurlijke geboorte ontstaat leven. Wij, die door de natuurlijke geboorte leven, moeten, om tot het geestelijke te komen, wedergeboren worden. Niet de natuurlijke geboorte maar de wedergeboorte doet kind van God zijn. Dat we door de natuurlijke geboorte kind van onze ouders zijn, wil niet zeggen, dat we kind van God zijn. Jezus maakte niet alleen Nicodémus en zijn tijdgenoten maar ook ons duidelijk, dat alleen de wedergeboorte kind van God doet zijn. We zijn dat niet door tot een christelijk gezin te behoren, naar zekere vroomheid te leven of christelijk werk te doen. We zijn het niet door kerkgang of lidmaatschap van een kerk of gemeente. Alleen door de Geest geboren worden, de wedergeboorte, doet kind van God zijn. Het Nieuwe Testament leert niet alleen, dat we wedergeboren moeten worden. Ook dat we bij het leven door of uit de Geest moeten blijven. In dat Jezus sprak over de Geest, die levend maakt, doelde Hij niet alleen op de wedergeboorte. Wedergeboren zijn wil namelijk niet zeggen, dat we door de Geest het spoor houden. Met Zijn woorden: "de Geest is het, die levend maakt", doelde Hij op zowel de wedergeboorte als het door of uit de Geest leven. We moeten niet alleen levend gemaakt zijn maar er ook bij blijven. In de gemeente te Korinthe waren er, die na de wedergeboorte onveranderd waren gebleven. Ze leefden nog, zoals ze voorheen naar het vlees leefden.

1 Corienthiërs 3:2-3  
Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat kondt gij niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu (nog) niet, want gij zijt nog vleselijk. Want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als (onveranderde) mensen?

Er heerst grote geestelijke verwarring. Ieder heeft zijn/haar methoden en gedachten over leven. Omdat zoveel aangeboden en voorgeschoteld wordt, is het niet eenvoudig het juiste te vinden. Gods Woord geeft echter aan, wat het door God bedoelde geestelijke leven inhoudt. Dat moet ons tot toets zijn. Daarin is de weg uit al wat aangedragen wordt. We moeten nagaan, of dat, wat mensen geestelijk leven noemen, het door God bedoelde is. Wanneer we voor onszelf oprecht zijn, moeten we toegeven, ons in veel te moeten corrigeren. In onze dagen wordt veel van wat door of uit het vlees is, aangedragen en aangeprezen als zijnde van de Geest. Terwijl Jezus aangaf, dat wat naar het vlees is, geen nut doet. Het leidt niet tot het ware door God bedoelde leven. Alleen de Geest maakt levend.

Alleen wat met de Geest te maken heeft is levendmakend.

Gods Woord spreekt over "levend worden" en "levend zijn". Door de Geest levend gemaakt zijn en daarbij blijven. Het leven door of uit de Geest moet onderhouden worden. Het Oude Testament laat zien, dat er tijden van geestelijke droogte en verval over Israël waren. Dan werd opnieuw de mogelijkheid gegeven, tot waar geestelijk leven te komen. Werd gesproken over "herstel" of "vernieuwing" ervan. Jezus wees erop, dat de Geest levend maakt. Geestelijk leven heeft met de Geest te maken en Gods Woord geeft aan, hoe we tot het leven, dat naar Gods wil is, komen. Dat leven moet bij ons zijn. Daar moeten we naar leven. De volgende teksten spreken over "levend gemaakt worden" en over "levend zijn":

Romeinen 4:17      
Die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept.
Romeinen 8:11    
uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, die in u woont.
1 Corienthiërs 15:45   
de laatste Adam (Christus) (heeft) een levendmakende Geest. 
Efeziërs 2:5   
mede levend gemaakt met Christus
Kolozensen 2:13       
levend gemaakt met Hem
1 Timotheüs 6:13   
God, die alle leven wekt

Het gaat om "levend gemaakt worden" en "levend zijn". Ook zijn er teksten, die er in synoniemen over spreken. Gods Woord doelt op levend gemaakt worden en erbij blijven door het te onderhouden. Over verwekken en in stand houden van geestelijk leven. Over geestelijk leven en het eeuwige ervan. Ook spreekt het over herstel, wanneer leven naar de Geest wegebde of door verwaarlozing verminderde of stagneerde. De Geest als Bron van leven maakt levend en doet levend zijn.

Het getuigenis van hoe de Geest levend maakt en doet levend zijn.

Genesis 1:2  
en de Geest Gods zweefde (broedde) over de wateren. En God zeide: Er zij licht; en er was licht.

De eerste bladzijde van Gods Woord laat zien, dat de Geest levend maakt. Leven, dat bij de schepping ontstond, ontstond door de levendmakende Geest. Het was naar het woord van de HERE, dat de Geest tot stand bracht, wat Hij gebood te zijn. Wat Hij wilde doen ontstaan. Ook de mens werd bij zijn schepping levend door de Geest.

Genesis 2:7  
toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus.

Enige hoofdstukken verder staat, dat Adam en Eva de HERE ongehoorzaam waren. Tegen Hem zondigden. Ze vielen in zonde. Er ontstond scheiding tussen de HERE en hen. Ze raakten afgesneden van de Bron van leven. Door hun zonde kon de levendmakende Geest niet bij hen zijn, zoals daarvoor was en het behoort te zijn. Het afgesneden zijn van de Bron van leven, bracht hen niet slechts tot geestelijke eenzaamheid. Ook tot een dood zijn voor God. Nog altijd zijn zij, die in hun zonden zijn, vereenzaamd en dood voor God. Gods liefde bleef echter naar hen uitgaan. Naar Zijn genade zoekt en roept God allen tot Zich. Daardoor kwamen velen tot gemeenschap met Hem. Hij bracht hen door Zijn Geest niet alleen tot de wedergeboorte maar maakte hen door Zijn Geest ook levend. Het is niet mogelijk, allen, die naar de Geest leefden, te noemen. We staan bij enkelen van hen stil.

- Mozes

Na lange voorbereiding werd Mozes de man, waarop de Geest van de HERE rustte. De voorbereiding vond plaats tijdens zijn jaren in de woestijn. Daarna was hij voor de HERE bruikbaar voor een groot en heerlijk werk. Hij leidde een miljoenenvolk door woestijnen naar het beloofde land. Hij was niet alleen een ootmoedig en wijs man. Ook bewerkte de HERE grote tekenen en wonderen door hem.

- de zeventig mannen gekozen om Mozes bij te staan

Toen Mozes het vele werk van zijn omvangrijke taak niet langer kon volbrengen, werden zeventig mannen gekozen om bepaalde werkzaamheden van hem over te nemen. Ook op hen daalde de Geest van de HERE neer en daarin waren ze bekwaam onder Mozes te functioneren.

- koning Saul

De eerste koning van Israël ving het koningschap onder de kracht en zalving van de Geest aan. Aan het einde van zijn leven week hij van de HERE af. Hij nam Zijn Geest van hem. Daarna kon hij de taak, waar de HERE hem naar het koningschap toe geroepen had, niet meer volbrengen.

- koning David

Van Israëls tweede koning staat, dat hij onder krachtige zalving van de Geest het koningschap volbracht. Het was zo krachtig en inspirerend, dat hij niet alleen een vaardig en zegenrijk koning was maar ook priester en profeet. Door de Geest ontstonden psalmen, waarin voorzeggingen over de Messias en Zijn zijn op aarde. Niet alleen Zijn lijden en sterven. Ook Zijn wederkomst en komende Koninkrijk op aarde werden door hem voorzegd. David sprak in de psalmen niet alleen over Zijn uiteindelijke overwinning. Ook over Zijn bediening als hemelse Koning en Hogepriester naar de ordening van Melchisedek. Hij stond door de Geest in een krachtige veelomvattende bediening maar was niet volmaakt in zichzelf. Hij zondigde in zijn overspel met Bathseba en de moord op haar man. Daardoor week de Geest van hem. Hij verootmoedigde zich, beleed de HERE zijn zonden, pleitte op Zijn goedertierenheid en smeekte Hem om genade en ontferming. Hij was bereid alles te dragen, wanneer de HERE Zijn Geest maar niet van hem zou nemen.

Psalm 51:13   
verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heilige Geest niet van mij.

- koning Salomo

Israëls derde koning ondervond tijdens de eerste tijd van zijn regering meest wondere dingen door de Geest. Hij kwam niet alleen tot bijzondere wijsheid en inzicht. Ook tot het voorrecht een tempel voor de HERE en Zijn naam te bouwen. Bij de inwijding knielde hij ten aanschouwen van heel het volk met smeekbeden voor Zijn aangezicht neer. Daarop daalde de Geest van de HERE zo krachtig neer, dat er het volgende staat:

2 Kronieken 7:1-4  
Zodra Salomo zijn gebed beëindigd had, daalde vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers; de priesters konden het huis des HEREN niet binnengaan, want de heerlijkheid des HEREN had het huis vervuld. Toen alle Israëlieten het vuur en de heerlijkheid des HEREN op het huis zagen neerdalen, knielden zij met het aangezicht ter aarde op het plaveisel, bogen zich 
neer en prezen de HERE; want Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. De koning en het gehele volk offerden slachtoffers voor het aangezicht des HERE.

In de eerste tijd van Salomo ‘s koningschap was er in Israël geen dode eredienst. Allen ondervonden de krachtige zalving van de Geest en overvloedig leven.

Ezechiël 
2:2  Zodra Hij tot mij sprak, kwam de Geest in mij en deed mij op mijn voeten staan
3:2  toen hief de Geest mij op
3:24 maar de Geest kwam in mij en deed mij op mijn voeten staan

Bij de profeet was de Geest opmerkelijk werkzaam. Hij deed leven bij hem ontstaan, zoals hij niet gekend had. Waarom zouden ervaringen, zoals Ezechiël ondervond, zich niet herhalen? Daar waar werken van het vlees zich beëindigen, is het de Geest, die niet alleen nieuw leven doet ontstaan maar ook krachtig maakt. De Geest is in staat op te heffen boven aardse onmacht uit.

- Joël

Joël leefde in een tijd van geestelijke droogte en verval. Het was of "sprinkhanen" alles kaalgevreten hadden. Er viel geen sprankelend fris geestelijk leven te vinden. Toch was er uitkomst en toekomst, wanneer allen zich opnieuw tot de HERE zouden bekeren en Zijn Geest de vrijheid zou hebben overeenkomstig Zijn wil te werken. De profeet voorzegde de uitstorting van Zijn Geest op alle vlees, waardoor al wat dor en doods is, zou opleven. Hij sprak over de levendmakende Geest. Het werd op de eerste Pinksterdag door Petrus aangehaald, nadat de Heilige Geest over hen gekomen was. De inwoners van Jeruzalem en zij, die er vanwege het Joodse oogstfeest waren, hoorden Petrus dat onder de zalving van de Heilige Geest aanhalen. Nog steeds is deze profetie van kracht en de HERE door Zijn Geest in staat, daar waar door zonden en satanische werkingen alles geestelijk dor en doods werd, nieuw leven in te blazen. Ook wanneer er in de kerk of gemeente geestelijke dorheid en verval is, is het de Geest, die tot nieuw leven brengt, wanneer men zich met berouw van zonden voor God verootmoedigt.

Veel oudtestamentische gelovigen ondervonden niet alleen krachtige uitreddingen bewerkt door de Geest. Ook getuigden ze, door de Geest levend gemaakt te zijn. Toen brak de tijd van het Nieuwe Testament aan. De evangeliën getuigen van het leven van Jezus op aarde. Geven verslag van Zijn gezegende bediening en verhalen, dat Zijn woorden anders waren, dan van hen die voor Hem waren. Zijn prediking stond onder de zalving van de Geest en werd bevestigd door wonderen en tekenen. Zijn woorden waren vol gezag. Velen kwamen tot redding, verlossing, bevrijding en genezing. Demonen schreeuwden al bij voorbaat en werden door Hem uitgedreven. Velen vonden genezing van allerlei soort van ziekten en kwalen. Lammen liepen. Blinden zagen. Waardoor? Wat was het geheim van Zijn bediening? Jezus gaf dat aan.

Lucas 4:18  
De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren.

Nadat Hij Zijn bediening op aarde had volbracht en was opgevaren naar de hemel, bleven Zijn discipelen, zoals Hij hen bevolen had, in gebed. Ze smeekten om en wachtten op de belofte van de Vader. Op de eerste Pinksterdag viel de Geest op hen. Er staat het volgende van:

Handelingen 2:2-4  
En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren; en er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op een ieder van hen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.

Door wat op die dag gebeurde raakte heel Jeruzalem in opschudding. Niet alleen de discipelen en zij, die met hen waren, ervoeren kracht en leven door de Geest bewerkt. Vele duizenden werden erdoor geraakt. Zijn kracht en werking deed de menigte in beroering raken. Het is de Geest, die levend maakte. Wanneer dat in onze stad of ons dorp zou gebeuren, zouden de volgende morgen nieuwsbladen verschijnen met grote koppen op de voorpagina: "JEZUS IS IN ONZE STAD OF DORP". Niet persoonlijk maar door de Heilige Geest en Zijn Gemeente. Zijn naam zou doorlopend vernomen worden. Hij is door de Geest onmiskenbaar aanwezig en zou door allen verheerlijkt worden. De Gemeente zou werkelijk als Zijn LICHAAM functioneren. Wanneer we in Gods Woord over de kracht en werking van de Geest lezen, moet bij ons Heilige jaloersheid ontstaan. We moeten niet alleen verlangen tot eenzelfde iets te komen. We moeten ons ernaar uitstrekken, door de Geest levend te zijn en in Zijn kracht te staan. We moeten als de eerste gemeente naar de Geest leven en een geest vervulde kerk of gemeente zijn, zoals die gemeente vol van de Heilige Geest was en daardoor geestelijk groeide en vrucht droeg.

Hoe worden we de door de Geest levend gemaakt?

Wat wil het zeggen, door de Geest levend gemaakt worden? Is dat in lid van een kerk of gemeente zijn, tot een kerk of gemeente behoren, op Pinksteren geboren zijn, in een "pinkstergezin" zijn opgegroeid, voorheen naar de zondagsschool zijn gegaan, het eens zijn met de leer, die in onze kerk of gemeente verkondigd wordt? Neen. Velen beroepen zich op wat voorheen bij hen plaatsvond en menen daardoor levend te zijn. Ook zijn er, die menen levend te zijn, omdat ze kennis hebben van Persoon en werk van de Heilige Geest. Vooral dat werd door Paulus weerlegd. Kennis naar de letter maakt niet levend maar brengt tot de dood.

2 Corinthiërs 3:5-6   
Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als ons werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk, die ons bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des Geestes, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

We leven naar de Geest, wanneer we door de Geest levend gemaakt zijn en erbij blijven. Niet door steeds naar nieuwe ervaringen en zalvingen van de Geest te zoeken. Het gaat niet om kennis maar om levend gemaakt zijn. Het gaat niet om de letter maar om de Geest. David du Plessis maakte op aparte wijze duidelijk, wat het verschil is tussen hen, die spreken over de Heilige Geest en Zijn werk en hen, die door de Geest leven en Zijn zalving over zich en hun arbeid ervaren. Beiden zijn met hetzelfde maar op verschillende wijzen bezig. Er zijn predikers, die ieder jaar op Pinksteren in hun kerk of gemeente over de uitstorting van de Heilige Geest en het verdere gebeuren op de eerste Pinksterdag spreken. Onder hen is groot verschil. Ze spreken allen over de waarheid in deze. De één heeft de waarheid ervan in diepvries. De ander in vuur. We hebben diepvrieskasten om etenswaar te bewaren. Wanneer vlees goedkoop is door een aanbieding, slaan we een hoeveelheid in en bewaren het in de diepvrieskast. Wanneer iemand te gast komt en de maaltijd met ons gebruikt, willen we een goed stuk vlees voorzetten. Stel, we openen de diepvrieskast, nemen er een stuk vlees uit en zetten het onze gast bevroren voor. Zou de gast ervan eten en genieten? Vast niet. Het is slechts een klomp hard bevroren vlees. We kunnen er naar kijken en erover praten. We kunnen er alles over zeggen. Bijvoorbeeld wat het gewicht ervan is, de hoeveelheid calorieën en vitaminen die erin zitten enzovoort. We noemen de slager, die het ons verkocht en de boer, die het dier fokte. Mogelijk weten we nog de leeftijd van het dier. Zo kunnen we een half uur goede "biefstukdiscussie" hebben. Ons verstand voeden we door allerlei feiten te noemen. Van het vlees zelf hebben we niet genoten. Om ervan te eten, moeten bepaalde dingen gebeuren. We moeten het op het vuur zetten en al wanneer we het beginnen te braden, wordt de atmosfeer in huis erdoor veranderd. Begint het lekker te ruiken. Dat prikkelt de eetlust. Zij, die niet aan de "biefstukdiscussie" deelnamen en nog binnenkomen, geven blijk, dat het in huis heerlijk ruikt. Na enige tijd wordt het warm gebraden vlees voorgezet en genieten allen van wat op het vuur klaargemaakt werd. Zij, die deelnamen aan de "biefstukdiscussie" eten er even smakelijk van, als zij, die er niet aan deelnamen. De laatsten weten mogelijk niets van de feiten, die tijdens de discussie genoemd werden. Toch eten allen smakelijk en stillen hun trek. Zo maakt kennis van en spreken over de Heilige Geest en Zijn werk niet levend. Alleen levend gemaakt zijn door de Geest, doet ernaar leven. We moeten niet alleen spreken, over wat we kennen naar Gods Woord of door vroegere ervaringen. We moeten leven door de Geest. Onder Zijn krachtige zalving staan.

J.W. de Cock