Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, 
en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; GELOOFT GIJ DAT?
Johannes  11:25-26  

Inleiding:

Wanneer bijvoorbeeld boven een rouwkaart of op een grafsteen deze woorden van Jezus Christus of een gedeelte ervan staat, geeft dat veel aan over het geloof van de overledene. Daarin mogen we zijn/haar laatste getuigenis zien. Dan wordt door of namens de overledene getuigd, dat hij/zij “in Christus” ontsliep en gedurende zijn/haar leven gelovig uitging van de woorden, zoals Jezus Christus ze sprak voorafgaand aan de opwekking van Lazarus. Hij sprak daarin over zowel de beëindiging van het aardse leven als ook over het daarna leven naar een ander leven. Dan gaat het om eeuwig leven. Dat was de hoop, het vooruitzicht en de rijkdom van de overledene. Dat is, waar niet alleen de overledene en mogelijk de achtergeblevenen van getuigen. Dat geldt hen niet alleen tot troost. Dat is waar hun geloof op gericht is. En in en door Jezus Christus komen we tot de Opstanding en het Leven.

Velen rondom ons menen en wensen, dat bij het sterven van hun lichaam een einde komt aan alle leven. De absolute dood. Die gedachte speelde mogelijk een rol, toen men Jezus Christus op Golgotha kruisigde. Men meende daarin voor altijd van Hem af te zijn. Niet alleen de Joden en hun leiders, ook Zijn discipelen gingen er vanuit, dat ze Hem op aarde nooit meer levend zouden zien. Het moet op de Paasmorgen, de dag van Zijn opstanding, voor zowel de Joden als Zijn discipelen schokkend zijn geweest, te horen, dat Hij, die kort daarvoor aan het kruis gestorven en naar het lichaam begraven was, toch opnieuw was verschenen en sommigen Hem hadden herkend. Dat Hij, die Zijn leven had afgelegd en Zijn lichaam in een graf was bijgezet, in leven bleek te zijn.

Ezechiël en het dal met dorre doodsbeenderen.

In Ezechiël hoofdstuk 37 staat, dat de profeet met die naam werd weggevoerd in de geest. Vervolgens werd hij neergezet in een dal vol beenderen. De HERE deed hem er aan alle kanten omheen gaan. Toen hij het van alle kanten gezien had, werd hem door de HERE de vraag gesteld, of die beenderen konden herleven.

Hij zeide tot mij, kunnen deze beenderen herleven?
Ezechiël  37:3 

Wanneer je eerst sterk met de dood en de gevolgen van de dood geconfronteerd wordt, is het niet eenvoudig op een dergelijke vraag een positief antwoord te geven. Wat je met je ogen ziet, beïnvloedt sterk je denken. Dat was ook bij Ezechiël het geval. Op dat moment realiseerde hij zich niet, dat Hij, die hem de vraag had gesteld, Heer van leven en dood is. Bij Hem zijn geen onmogelijkheden. Ook de dood geldt niet als laatste voor Hem. Bij Hem is de macht te doen herleven ook wanneer wij vanwege ongeloof menen, dat er geen mogelijkheid tot leven is, omdat de dood haar intrede deed. Er waren op dat moment bij Ezechiël geen gedachten van opstanding maar meer van een begraven van wat hij in het dal aan doodsbeenderen zag. Ezechiël antwoordde de HERE uiterst voorzichtig. Hij wilde de HERE geen negatief antwoord geven, maar kon ook niet gelovig antwoorden, dat bij de HERE de macht is, die beenderen te doen herleven. Hij zei daarom het volgende:

En ik zeide: HERE, HERE, Gij weet het.
Ezechiël  37:3 

Is bij ons geloof in opstanding en leven?

Joh. 11:26   
GELOOFT GIJ DAT?

In deze woorden stelt Jezus Christus ook ons de vraag, of we in opstanding en leven geloven. Of we dat ook nu ervaren. Die vraag werd niet voor niets door Hem gesteld. Al in de dagen, dat Hij op aarde was, was het vreemd over opstanding en leven te spreken. Ook veel Joden hadden daar moeite mee. Velen hadden hun twijfels over een leven na dit leven. In onze dagen is een dergelijke vraag nog klemmender. In onze tijd is het vreemder te bevestigen, te geloven in opstanding en leven.

Wanneer we om ons heen zien en letten op wat nu plaatsvindt, durven we bijna niet meer over opstanding en leven na dit leven te spreken. Aan velen wordt in onze dagen zelfs niet toegestaan te leven. Dan hoeven we maar aan abortus en euthanasie te denken. Velen wordt het leven ontnomen. Wanneer we als gelovigen over opstanding en leven spreken, denken we niet alleen aan onszelf. Ook aan hen, die al gestorven zijn. En allen zullen door opstanding opnieuw leven. Geloven we, wat Jezus Christus in bovenstaande woorden zei? Geloven we in Opstanding en Leven? Dat we ook naar het lichaam zullen leven, ook al zijn we gestorven?

God de Schepper is de God van opstanding en leven.

Johannes 5:21 
Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil.

28 Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar Zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.

Zowel God de Vader als God de Zoon zijn Personen van opstanding en leven. Ze zijn niet alleen God van Opstanding en Leven. Ook wordt aangeven, dat allen deel zullen hebben aan opstanding en leven. Allen, van wie het lichaam nu in het graf is, zullen horen naar de stem van Hem, die de macht heeft over leven en dood. Slechts op één machtswoord ertoe zullen graven geopend worden. Ten eerste van hen, die “in Christus” ontsliepen. Zij zullen Jezus Christus, bij Zijn komst voor Zijn Gemeente, naar het lichaam tegemoet gaan in de lucht en voor eeuwig met Hem zijn. Bij de opstanding van de rechtvaardigen, die tot leven is. De overigen, die dan nog in de graven zijn, zullen lange tijd later alsnog opstaan. Bij de opstanding van de onrechtvaardigen. Na de periode van het Vrederijk van Jezus Christus op aarde zullen ook zij Zijn stem horen en op Zijn machtswoord ertoe uit hun graven opstaan. Ze zullen, zoals bovenstaande teksten aangeven, opstaan tot de opstanding ten oordeel. Geen mens zal uiteindelijk naar het lichaam in het graf blijven. Dood en graf houden voor niemand het einde in. Wanneer mensen menen, dat dood en graf hun einde betekenen, hebben ze misgerekend. Hielden ze geen rekening met Gods kracht tot opstanding en leven. Met Zijn herscheppende kracht. Het Nieuwe Testament geeft  doorlopend getuigenis, dat Jezus Christus de dood heeft overwonnen en dat dood en graf slechts tijdelijk zijn. Het graf geldt als “tijdelijke rustplaats”, zoals dat op een grafsteen op een begraafplaats te Hoorn staat.

De troostvolle woorden van Jezus Christus.

Johannes 11:25 
Ik ben de Opstanding en het Leven

Deze troostvolle woorden, door Jezus Christus over Zichzelf gesproken, zijn voor ons, de gelovigen, meest bijzonder. Ze vragen onze aandacht. Het zijn geen woorden door Johannes of enig mens bedacht en gesproken. Het zijn woorden van Geest en leven, omdat ze door Hem, die de Zoon van de levende God is, gesproken werden. Het zijn de troostvolle woorden van Hem, die op aarde verscheen om er Zijn heilig bloed en leven als losprijs voor onze zonden te geven. Het zijn profetische woorden van Hem, die daaraan overeenkomstig opstond uit de dood en leeft tot in alle eeuwigheid. Die allen door Zijn plaatsvervangend lijden en sterven Gods eindeloze liefde en genade bewees. Die opstond uit de dood en tot onvernietigbaar leven kwam. Die het eerst naar waarheid van Zichzelf getuigde en daaraan overeenkomstig opstond uit de dood. Die de Opstanding en het Leven is.

- Jezus Christus wees in bovenstaande woorden op Zichzelf

Door te zeggen, "Ik ben de Opstanding en het Leven", wees Jezus Christus op Zichzelf. Hij zei dat voorafgaand aan de opwekking van Lazarus. Alhoewel men Zijn   woorden in deze hoorden, waren ze toen niet in staat ze te bevatten. Ook  Zijn discipelen geloofden deze woorden niet, zoals dat later in zijn evangelie  door de   apostel Johannes werd verwoord. Ze verstonden toen niet, dat Hij moest lijden en sterven om daarna op te staan uit de dood. Dat Hij via lijden, sterven en     opstaan tot onvernietigbaar leven zou komen. Ondanks al hun ongeloof bleken Zijn woorden toch van kracht te zijn. Ze werden bevestigd de waarheid over     Hem in te houden, toen Hij na Zijn lijden en sterven opstond uit de dood en aan velen verscheen. Dit gebeuren bewees, dat Hij inderdaad "de Opstanding en het Leven" is. Hij getuigde dat niet alleen van Zichzelf. Zijn woorden waren de waarheid.

Jezus Christus gaf vooraf getuigenis te zullen opstaan en te zullen leven na te zijn gestorven. Al door de opwekking van Lazarus bleek, dat bij Hem kracht tot opstanding en leven is. Hij zei echter over meer over Zichzelf. Hij zei de Opstanding en het Leven te zijn. Het was dan ook onmogelijk, dat dood en graf Hem in hun macht hielden. Ze werden door Hem glansrijk overwonnen. Wanneer we, zoals ieder jaar gebruikelijk, het Paasfeest vieren, zien we Zijn opstanding veelal als een gebeuren, dat Hem door God Zijn Vader bereid werd. We staan er niet bij stil, dat Hij over Zichzelf zei de Opstanding en het Leven te zijn. Bij Hem, de Schepper van hemel en aarde, is niet alleen onvernietigbaar of eeuwig leven. Hij is de Bron of Oorsprong en Onderhouder van alle leven. Kracht tot opstanding en leven maakt deel uit van Zijn goddelijk wezen. Hoe zouden dood en graf Hem, die de Opstanding en het Leven is, blijvend in gevangenschap houden? Hij overwon ze glansrijk.

Jezus Christus sprak over wat ons op aarde dreigt.

Johannes 11:25 
wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven

Jezus Christus getuigde niet alleen van Zichzelf de Opstanding en het Leven te zijn. Ook sprak Hij over ons. Over u en mij, wanneer we tot geloof in Hem kwamen. Hij sprak echter niet over onze ondergeschikte noden en problemen, zoals we die op aarde kennen en ons doorlopend bezighouden. Hij sprak over het ergste van wat ons op aarde kan overkomen. Ons lichamelijk sterven. Het sterven blijkt ook voor ons, de gelovigen, het meest ernstige te zijn, dat ons op aarde dreigt. Waar we het meest tegenop zien en maar liever niet aan denken. Toch moet ons aardse leven zich eenmaal beëindigen en het feit, dat we van tijd tot tijd met het heengaan van geliefden te maken hebben, geeft aan, dat het aardse leven tijdelijk en beperkt is en we eenmaal, wanneer Jezus Christus niet eerder verschijnt om Zijn Gemeente tot Zich te nemen, zullen sterven. Ook daarin sprak Jezus Christus de waarheid.

Prijst God!! Jezus Christus is niet alleen voor Zichzelf de Opstanding en het Leven. Hij is dat ook voor ons, die door en in Hem tot eeuwig leven kwamen. Dood en graf kunnen ons naar het lichaam niet blijvend gevangen houden. Jezus Christus zei daarom, dat we zullen leven, ook al zijn we gestorven. Door het geloof in Jezus Christus is bij ons onvernietigbaar leven, eeuwig leven en dat niet alleen naar onze ziel en geest. Ook naar ons lichaam. Vandaar dat de apostel Paulus zijn sterven op bijzondere wijze verwoordde. Hij sprak over zijn aardse leven en zijn sterven naar het lichaam, als "wonen in een tent, die afgebroken werd" en over zijn leven na zijn sterven, als "wonen in een eeuwig huis, niet met handen gemaakt". Hij sprak over zijn aardse bestaanswijze en de beëindiging ervan en over zijn eeuwige bestaanswijze.

2 Cor. 5 :1 
Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen niet met handen gemaakt, een eeuwig huis.

Paulus wist na zijn sterven niet slechts een geest en ziel maar een mens te zijn en daartoe een lichaam te zullen hebben. Dan niet naakt te zijn maar een kleed te dragen. Zijn nieuwe bestaanswijze zou in alles met heerlijkheid te maken hebben. Naar zijn nu had hij met vergankelijkheid, oneer, zwakheid, het natuurlijke, uit de aarde zijn, stoffelijkheid, sterfelijkheid, vlees en bloed en vernedering te maken. Naar Zijn dan zou hij met onvergankelijkheid, heerlijkheid, het geestelijke, kracht, uit de hemel, hemels, onsterfelijkheid, geen vlees en bloed maar gelijkvormigheid aan Jezus Christus te maken hebben. Hij gaf in zijn brieven, wat de beide bestaanswijzen betreft, met beperkte woorden een indrukwekkende lijst van tegenstellingen aan. Eén woord bleef hetzelfde. Het woord lichaam. Zoals Jezus Christus na Zijn opstanding een verheerlijkt lichaam had, zo zullen wij, die in Hem geloven, een lichaam hebben aan Zijn verheerlijkte lichaam gelijk. Ook voor ons is er een nu en een dan. Nu valt er veel te wensen over, wat betreft ons lichaam, dat onder de zonde is. Dan zal daaraan een einde zijn gekomen en zullen we ons verwonderen over wat we daarin zijn door Hem, die ook voor ons de Opstanding en het Leven is. Ziende op de opstanding en het leven, waartoe Jezus Christus overeenkomstig Zijn woorden kwam, komen we tot nieuwe hoop en moed. In Zijn opstanding en tot nieuw leven komen, is de garantie en zekerheid van onze opstanding en tot nieuw leven komen. Ook al komen we te sterven eer Jezus Christus verschijnt voor Zijn Gemeente, dood en graf houden voor ons niet het laatste in.

Die “in Christus zijn”, zijn mensen van opstanding en leven.

De dood voert heerschappij op aarde. Allen, zowel gelovigen als ongelovigen, dragen zeker sterven bij zich. Onmiddellijk nadat we op aarde begonnen te leven, ving in ons lichaam een proces van sterven aan. Cellen sterven af om plaats te maken voor anderen. Vervolgens moeten allen doorlopend rekening houden met een mogelijk sterven. Allerlei gevaren rondom ons dreigen ons het leven te ontnemen. Op nog een andere wijze voert de dood heerschappij over allen. Door de zondeval staan allen al van nature als zondaars tegenover God en leven daarin van Hem gescheiden. Door de zonde zijn allen al van nature geestelijk dood voor God. Deze dood geldt als ergste dood. Vaak menen mensen, dat lichamelijk sterven de ergste dood inhoudt. De zondeval bewerkte echter een ergere dood dan dat. De geestelijke dood. Het van God de Schepper gescheiden zijn. En de geestelijke dood voert houdt de eeuwige dood in, wanneer we niet “in Christus” vanuit die dood tot nieuw leven opstonden. Het eeuwige leven, dat we van en in Jezus Christus ontvangen.

Jezus Christus, de Opstanding en het Leven, verscheen op aarde om ons te verlossen. Ook van de dood. Om de dood te overwinnen. En, prijst God, de dood werd verzwolgen in Zijn overwinning!!!

1 Cor. 15:54 
De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood waar is uw overwinning?

Martha, de zuster van Lazarus, zocht de opstanding in de toekomst. Jezus Christus riep haar terug naar het heden en zei: “Ik ben de Opstanding en het Leven”. Hij wilde geen afbreuk doen aan de gedachte van te leven in de toekomende eeuw. Hij wilde de aandacht vestigen op het leven in deze eeuw. Ook nu kunnen mensen het eeuwige leven genieten, zoals in het Oude Testament mensen genoten met de omgang met God tijdens hun aardse bestaan. Jezus Christus is al nu de Opstanding het Leven voor ons. De toekomst daarin is al nu. Hij heeft in Zijn opstanding onze opstanding volbracht. en

In Zijn opstanding, de overwinning over de dood, werd de dood verzwolgen. Jezus Christus gaf Martha in wezen vooraf aan, dat Hij in Zijn opstanding het Leven zou bewerken. Zijn woorden in deze werden bevestigd door Zijn glorieuze overwinning. Hij stond op uit dood en kwam tot onvernietigbaar leven. Hij leeft tot in alle eeuwigheid.

Gods Woord leert, dat Jezus Christus, als de Opstanding en het Leven, door de heilige Geest in iedere wedergeboren christen woont. Hij woont er als de Opstanding en het Leven. Omdat Hij in ons woont, is bij ons de kracht tot opstanding en leven. We kunnen daarom van de twee volgende feiten getuigen:

- bij en in ons is onvernietigbaar of eeuwig leven

1 Joh.5:13 
Dit heb Ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.
Buiten dat we, wat ons lichaam betreft, met sterfelijkheid te maken hebben, hebben we ook al nu deel aan eeuwig leven. Gods Woord zegt ons in bovenstaande tekst, dat we moeten weten, eeuwig leven te hebben.

- bij ons is kracht tot opstanding

Romeinen 8:11 
En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dat zal Hij, die Christus Jezus uit de dode opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, die in u woont
.

Naar deze tekst woont de Geest, die Jezus Christus uit de dood opwekte, in ons. Dat wil zeggen, dat bij ons, door de inwoning van de heilige Geest, kracht tot opstanding is.

Jezus Christus sprak niet alleen over tijdelijk aards leven.

Johannes 11:25 
wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven

Jezus Christus sprak niet alleen over ons aardse beperkte en tijdelijke leven. Dan zou er voor ons geen troost en uitzicht zijn geweest. Hij sprak ook over eeuwig leven. Het leven, dat al nu bij ons is, wanneer we Hem toebehoren. Juist vanwege die blijde boodschap, het evangelie van Jezus Christus, daalde Hij neer van de hemel en offerde hier Zijn heilig bloed en leven. En eeuwig leven vinden we alleen in Hem. Daar is Hij niet alleen de Verkondiger maar ook de Gever van. Dat leven bereidde Hij ons in Zijn plaatsvervangend lijden en sterven. Allen, die in Hem geloven, komen door hun geloofsverbintenis met Hem tot het eeuwige, dat in en bij Hem is. Tot onvernietigbaar leven. Dat leven stroomt ons toe, wanneer we tot vergeving van zonden en ongerechtigheid en de verzoening met God de Vader kwamen. Wanneer we al nu in die onverklaarbare maar bijzondere gemeenschap met Hem leven.

De beëindiging van aards leven heeft geen invloed op eeuwig leven.

Johannes 11:25 
zal leven, ook al is hij gestorven

Ons sterven naar het aardse leven heeft geen invloed op ons eeuwig leven. Zij, die in Jezus Christus en Zijn verzoenend lijden en sterven geloven, Hem dienen en navolgen, kwamen door het geloof al tot eeuwig leven. Alhoewel we naar het lichaam zullen sterven, tenzij Jezus Christus eerder wederkomt, kwamen we al nu tot onvernietigbaar leven. Vandaar dat Jezus Christus zei, dat zij, die in Hem geloven, zullen leven, ook al zijn ze gestorven. Voor ons, de gelovigen, houdt het leven niet op bij een lichamelijke sterven. Daarin is slechts het afleggen van ons aardse lichaam. Vanwege het eeuwige volgt daarop een ingaan in hemelse heerlijkheid. Ook daarin blijkt Jezus Christus niet alleen de waarheid te hebben gesproken maar die ook te zijn.

Eeuwig leven doet in eeuwigheid niet sterven.

Johannes 11:26 
en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven

Jezus Christus herhaalde nogmaals Zijn woorden over eeuwig leven. Nu niet gezien vanuit het aardse lichamelijk sterven, maar gezien vanuit het eeuwige. Het leven, dat al nu vanwege ons geloof bij ons is. Wanneer we dat al nu in en bij ons dragen, kunnen we in eeuwigheid niet sterven. Dat leven duurt eeuwig voort. Daartegenover staat, dat voor eeuwig sterven, zoals bij onrechtvaardigen het geval is, aangeeft, dat men geen deel heeft aan het leven, zoals dat bij en in Jezus Christus is. Dan gaat het om sterven in de zonde. Dat na aards leven eeuwige verlorenheid wacht. De eeuwige dood.

Johannes 8:21 
Hij zeide dan wederom tot hen: Ik ga heen en gij zult Mij zoeken en in uw zonde zult gij sterven; waar Ik heenga kunt gij niet komen.
24 Ik heb u dan gezegd, dat gij in uw zonden zult sterven; want indien gij niet gelooft, dat Ik het ben, zult gij in uw zonden sterven.

“In zonden sterven” is het meest verschrikkelijke, wat ons kan overkomen. Door bovenstaande woorden waarschuwde Jezus Christus de Joden er dan ook nadrukkelijk voor. Daartegenover staat, dat zij, die in Jezus Christus geloven, die dood niet zullen sterven. Ze kwamen door hun geloof in Hem tot eeuwig leven.

Tenslotte:

God de Vader heeft met ieder van ons Zijn doel en plan op aarde. We hebben er daarom een taak te volbrengen. Wanneer die taak is volbracht, volgt het moment, dat we ons lichaam afleggen. Dat er een lichamelijk sterven is. Het is daarbij als een vrucht, die aan de boom tot rijpdom kwam en daarna afvalt. We zijn niet zelf in staat onze tijd op aarde te bepalen. We kunnen tot zeventig of tachtig jaar oud worden om hier onze taak te volbrengen. De duur van het aardse leven is kort in vergelijking met de eeuwigheid. En wanneer we onze taak op aarde naar Gods wil en eer hebben volbracht, mogen we gelovig uitzien naar het moment, dat we worden opgenomen in hemelse heerlijkheid, om voor eeuwig met Jezus Christus te zijn. Om voor altijd te leven naar het leven, dat al nu bij en in ons is. We zullen dan op volmaakte wijze voor eeuwig vrij zijn van ieder sterven.

J.W. de Cock