"Geluksgetal"

Al zou ik de talen van de mensen en van de engelen spreken, maar ik had de liefde niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende cimbaal zijn geworden.
En al zou ik de gave van de profetie hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets.
En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de liefde niet, het baatte mij niets.

Ik ga je een belangrijke vraag stellen. Eén die ik ook aan mijzelf stel.
Bent je het eens met wat hier geschreven staat? Heb je de liefde? Ben je iets?

Waarom wil ik mijn bezittingen uitdelen? Doe ik dat omdat ik hen lief heb? Met liefde die mij door de Heer is ingegeven, of doe ik dat om te laten zien dat ik graag in de spotlichten wil komen. Want dan baat het me niets.
Net zoals er staat geschreven in Mattheus: Wat baat het een mens , wanneer hij de hele wereld wint maar schade lijdt aan zijn ziel.
Wil ik schade lijden? Geenszins. Ik wil verkeren in de nabijheid van de Heer zonder dat ik word afgescheiden van de liefde van de Heer welke is in Christus Jezus. De liefde die God in ons heeft gelegd. Liefde voor de schepping. Voor je kind, kleinkind, familieleden, vrienden. Dat kunnen we opbrengen. Maar ook liefde voor hem of haar die je overlast bezorgd.
Kunt u dat? Als je buurman je pad keer op keer blokkeert. Als je zelfs naar de rechter moet omdat er niet mee te praten valt?
Is dat niet het belangrijkste in ons leven? Het hebben van liefde?
Het is onbegrijpelijk dat er zoveel onvergevingsgezindheid is om ons heen. We hebben Een Heer die alles heeft gegeven en dan weten we vaak zelf niet hoe we met die liefde om moeten gaan.
Toen ik met dit stukje bijbeltekst uit 1 Corinthe 13 bezig was viel me nog iets op. Misschien onbelangrijk. Maar mij trof het.
Het ging om het getal 13. Dit is bij veel mensen een ongeluksgetal. Ze durven zelfs op vrijdag de 13e niet de straat op. Blijven het liefst in bed liggen met het dekbed over hen heengetrokken.
Dat is toch raar. Het is een bijgeloof, gebaseerd op een leugen.
Van oorsprong is het een geluksgetal.
Er waren namelijk 12 discipelen en 1 Heer. En dat maakt 13. Ik denk dat de tegenstander van onze Heer er iets anders van heeft gemaakt. Om ons bang te maken.
Maar bij het lezen van het stuk over de liefde dat in het DERTIENDE hoofdstuk van de eerste Korinthe brief staat viel me nog iets op.
Het hoofdstuk bestaat ook nog eens uit DERTIEN verzen.
Dus 1Cor13:1-13 steekt een ode af over de Liefde. Dus we kunnen stellen dat de Liefde ons groot geluk brengt. Het brengt een vrucht voort. Er is nl één vrucht van de Heilige Geest. En die vrucht bevat ingrediënten : liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.
Dat wil ik ook doorgeven. Dat mensen die vrucht van Gods Geest in mij zien.
Toon ik liefde, zie je dat ik blij ben, dat er vrede in mijn hart en leven is, ben ik geduldig, vriendelijk en goed?
Als je dat in mij ziet, maar ook in de ander zegt het elkaar.
Zeg elkaar hoe goed je de ander vindt. Dat je de ander hoger acht dan je zelf.
Ben je in staat om door de fouten en tekortkomingen van de ander heen te kijken en daar de grootsheid van Gods creatie te zien.
Leg dan af alle toorn en twist. En richt je op de gene die jou zo nodig heeft. De zieke in de gemeente, de behoeftige, de eenzame. Iedereen is belangrijk.

AG