Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

IN DE NAAM VAN JEZUS DE BANIER VAN OVERWINNING OPHEFFEN

Psalm 20
2 de naam van Jakobs God make u onaantastbaar

6 in de naam van onze God de vaandels opsteken
8 maar wij roemen in de naam van de HERE onze God

Inleiding:

De psalm is van koning David. Naar de St. Vert. staat boven de Psalm: "Gebed voor de koning, als hij optrekt in de strijd". Naar de NBG Vert.: “Bede om overwinning voor de koning”. David moet de psalm hebben geschreven naar wat plaatsvond, toen hij buiten Jeruzalem met Israëlische legers klaarstond om tegen vijandige legers op te trekken. Wanneer hij en de legers buiten de stad gereed stonden, ontging dat de priesters en inwoners van die stad niet. Ze begaven zich buiten de stad en baden de woorden van de psalm David en zijn legers toe.

De eerste teksten van de psalm geven een bede weer van priesters en het volk om zegen van de HERE over de komende strijd met al haar gevaren en benauwdheden. Men ontkende niet, dat David en zijn legers zware strijd te wachten stond. Dat zou niet reëel zijn geweest. Zoals David en zijn legers gedurende de strijd gevaren en benauwdheden ondervonden, zo ondervinden wij door de geestelijke strijd gevaren en benauwdheden. Onze vijand en zijn legers zijn echter niet voor ons zichtbaar. Het zijn de satan en zijn legermachten. Onzichtbare duistere machten. Psalm 20 leert een belangrijke les van hoe tot overwinning te komen. Wat David en zijn legers vanwege zichtbare vijanden wachtten, ondervinden wij vanwege onzichtbare vijanden. Ten opzichte van beide te voeren strijd is de overwinning in een naam. David en zijn legers, die naar het Oude Verbond leefden, streden en overwonnen in naam van de HE-RE. Wij, die naar het Nieuwe Verbond leven, strijden en overwinnen in de naam van Jezus.

- Aan de geestelijke strijd verbonden gevaren en benauwdheden.

Niet alleen David en zijn legers ondervonden gevaren en benauwdheden bij de door hun te voeren strijd. Ook wij hebben ermee te maken. Vooral in onze tijd ondervinden we een geestelijke strijd met ernstige gevaren en benauwdheden. De satan weet dat zijn tijd nog kort is. We zouden voor die strijd en de gevolgen ervan kunnen vluchten. Dan zou er sprake van geestelijk deserteren zijn. Dat zou met ongeloof te maken hebben ten opzichte van wat God kan en wil bewerken, wanneer we letten op waar David en zijn legers vanuit gingen. Ze streden in naam van de HERE. Wij moeten onze strijd in de naam van Jezus voeren.

De geestelijke strijd is niet altijd naar wat we verwachten. De aanvallen kunnen van onverwachte kant komen. Ook van gelovigen. Helaas doen christenen elkaar veel pijn en leed aan. Onder hen is onderlinge strijd, omdat ze elkaar niet altijd aanvaarden. Niet allen geestelijk gericht zijn. Het elkaar bestrijden zou achterwege moeten blijven. We ondervinden niet alleen strijd, gevaren en benauwdheden vanwege de satan en zijn legermachten. Ook vanwege medegelovigen, die zich daarin laten gebruiken. Bij veel gelovigen blijkt het vlees niet gekruisigd te zijn. Ze zouden moeten beseffen, dat door tegen elkaar te strijden, we tegen vlees en bloed strijden. Daarin is geen geestelijke maar ons verboden vleselijke strijd. De brief aan de Efeziërs is daar duidelijk over:

Efez.6:12
want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten,
tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

Vooral zij, die in een geestelijk ambt staan, ondervinden strijd, gevaren en benauwdheden niet alleen vanwege onzichtbare vijanden. Ook vanwege hen, die zich gelovigen noemen. Wanneer we Jezus nauwgezet volgen en toegewijd werkzaam in Zijn Koninkrijk zijn, ons er van harte voor inzetten en er de nodige offers voor brengen, zouden we moeten verwachten, dat andere gelovigen zich achter ons scharen en ons ondersteunen. Niets is minder waar. Dat gebeurt weinig. Veel geroepen werkers ondervinden tegenstand van medegelovigen vanwege hun naijver, jaloezie, niet erkennen van gezag en het strijden voor eigen eer en positie. Het is moeilijk daar niet op te reageren. Toch leert Gods Woord niet tegen mensen te strijden. We moeten ook daarin ons recht aan God overgeven.

Onder gelovigen is veel onderlinge strijd. Zoals voorzegd, raken velen in deze tijd verstrikt in satanische misleiding. Hij weet hen als werktuig te gebruiken. Christenen van onze tijd hebben in veel met uiterlijk vertoon, tradities, valse leringen en profetieën te maken. Niet alleen vrijzinnigheid, humanisme en moderne psychologie drongen kerken en gemeenten binnen. Ook andere zaken hebben er hun ontwrichtende werking en doen velen zich afkeren van het ware evangelie. Opvallend is, dat ook laster en kritiek een grote rol spelen en veel leed veroorzaken. Ook daardoor ontstaat veel geestelijke schade. We zouden daar waakzaam voor moeten zijn. Verkeerd gebruik van de tong werd door Jakobus aangemerkt als iets, dat niet met de hemel maar met de hel te maken heeft.

Jakobus 3:6
Ook de tong is een vuur, zij is de wereld der ongerechtigheid;
de tong neemt haar plaats in onder onze leden, als iets, dat het gehele lichaam bezoedelt
en het rad der geboorte in vlam zet, terwijl zij zelf in vlam gezet wordt door de hel.

De geestelijke strijd is tegen de satan en zijn legermachten. Ze houden zowel ongelovigen als veel gelovigen in hun macht om hen eindeloos te tarten. Dat satanische legermachten overwinningen weten te boeken in onze dagen is duidelijk. Veel steden zijn aan Sodom en Gomorra gelijk. Velen geven zich niet alleen over aan seksuele zonden maar verdedigen ze ook. Gevolgen ervan bleven niet uit. Ook hebben velen in onze tijd met het occulte en afgoden te maken. Velen raakten gebonden en verstrikt in afgodische zaken. Vandaar dat Boeddhisme, Hindoeïsme en de Islam opbloeien als nooit tevoren en zowel het volk Israël als de Gemeente van Jezus steeds meer in het nauw raken.

Smeekbeden voor hen, die strijden en daarin gevaren en benauwdheden ondervinden.

Hoe kunnen we strijden, daarin gevaren en benauwdheden ondervinden en toch overwinnen? Bovenstaande teksten geven daar lering over. Geven het geheim van geestelijke overwinning aan. Het is van belang, deze woorden aandachtig en biddend te lezen.

- De HERE aanroepen bij strijd, gevaren en benauwdheden

Psalm 20:2
De HERE antwoorde u ten dage der benauwdheid,
de naam van Jakobs God make u onaantastbaar;

In de psalm wordt driemaal de naam van de HERE genoemd. Op het aanroepen van Zijn naam bij strijd, gevaren en benauwdheden geeft Hij antwoord. Zijn antwoord is van groot belang ten opzichte van hoe te strijden. David vertrouwde op leiding en riep de HERE aan. Ook wij moeten Gods leiding afsmeken. Bij strijd, gevaren en benauwdheden moeten we niet alleen Gods leiding afsmeken maar ook navolgen.

Al de eerste tekst van de psalm spreekt over de naam van de HERE. Het was de bede van de priesters en het volk, dat David en zijn legers ongedeerd uit de strijd zouden terugkeren. Voor hen zou er een schuilplaats moeten zijn. De naam van de HERE was hen tot schuilplaats. Die naam doet onaantastbaar zijn. Voor ons is het de naam van Jezus, die onaantastbaar doet zijn. Of aanvallen vanuit de onzichtbare wereld komen of via mensen. Door de satan en zijn legermachten of via ongelovigen en gelovigen. De naam van Jezus doet onaantastbaar zijn.

 - Hulp van de HERE vanuit Zijn heiligdom

Psalm 20:3
Hij zende u hulp uit het heiligdom en ondersteunt u uit Sion.

Men zag de berg Sion als heilige plaats. Daar woonde de HERE te midden van Zijn volk. Daar stond de tempel. Het Heiligdom van de HERE op aarde. Bij het optrekken van David en zijn legers werd er vanuit gegaan, dat de HERE hen, die elders tegen vijandige legers zouden strijden, hulp uit het Heiligdom zou zenden. Daarin ondervonden ze Zijn genadevolle bescherming. Daar konden vijandige legers niet tegenop. Dat was het geheim van de overwinningen van David.

We hebben als nieuwtestamentische gelovigen niet met een aards maar een hemels Heiligdom te maken. Bij de strijd, gevaren en benauwdheden die wij ondervinden, worden we ondersteund vanuit het dat Heiligdom. Daarin ondervinden we Gods hulp.

 - Het weten, dat de HERE de Hem gebrachte offers gedenkt

Psalm 20:4
Hij gedenke al uw offers, en uw brandoffers achte Hij welgevallig.

De HERE blijft de Hem gebrachte offers gedachtig. Ook de offers van offerdieren en tienden naar het Oude Testament. Die offers hadden, wanneer ze Hem in oprechtheid gebracht werden, niet alleen grote maar ook blijvende waarden. De HERE ging er niet aan voorbij. Ook toen David en zijn legers ten strijde trokken en gevaren en benauwdheden ondervonden. Die offers waren Hem welgevallig. Hij deed hen naar die offers.
Wat we God met oprecht hart offeren, heeft blijvende waarden. Onze offers kunnen van financiële aard zijn of offers van tijd, moeiten, eigen leven, gebed en lofprijzing. Al die offers hebben geestelijke waarden ook bij strijd, gevaren en benauwdheden. Bij de strijd tegen de satan en zijn legermachten gedenkt God de Hem gebrachte offers. Hij doet ons naar wat we Hem blijmoedig offerden.

- David werd toegewenst, dat de HERE hem naar de plannen van zijn hart zou doen

Psalm 20:5
Hij geve u naar uw hart, en doe al uw plannen in vervulling gaan.

Men bad David toe, dat de HERE hem zou doen naar wat in zijn hart was. Dat al zijn plannen in vervulling zouden gaan. Hij stond in juiste relatie tot de HERE en was Hem naar zijn hart volkomen toegewijd. Ook stond hij onder zalving van Zijn Geest. Wat in zijn hart ten opzichte van de legers, die hij ging bestrijden, was, was er door de HERE. De HERE had hem die strijd en overwinning daarin op het hart gelegd. Er was geen sprake van wat naar zijn verstand was. Naar ons verstand kan ongeloof bij ons zijn, terwijl er naar ons hart geloof voor iets kan zijn.

Geloofsovertuiging bewerkt door de heilige Geest. Het verstand redeneert naar wat wordt gezien. Wat naar de mens redelijk lijkt. Had David daarnaar gehandeld, dan was hij voor de vijand gevlucht. In zijn tijd beschikten legers van Israël niet over paarden en wagens, zoals de legers, waar ze tegen streden. Daarop ziende stond vast, dat Israël niet zou overwinnen. Naar zijn hart was David ervan overtuigd, dat hij door de HERE ondanks eigen zwakten en die van de legers, toch zou overwinnen.

Ook bij ons kan wat naar ons hart en naar ons verstand is, met elkaar in tegenspraak zijn. Wanneer we naar ons verstand zouden handelen, komen we niet tot overwinning maar vluchten we voor de satan en zijn legermachten. Wanneer we naar Gods stem in ons hart luisteren, erkennen we naar onszelf in zwakten tegenover de vijand te staan maar leren we daar niet vanuit te gaan. We leren uit te gaan van God en Zijn sterkte en hulp. Daarin komen we tot overwinning. Vandaar dat we niet moeten afgaan op plannen naar ons verstand maar naar ons hart. Het verstand kan door ongeloof overheerst worden, terwijl het hart de taal van geloof spreekt en dat navolgt.

 - De naam van de HERE deed onaantastbaar staan.

Psalm 20:2
de naam van Jakobs God make u onaantastbaar
 

Er staat niet “de naam van Israëls God”, zoals verwacht mag worden, maar "de naam van Jakobs God". De naam van Jakobs God deed onaantastbaar zijn. Naar de Oude Vertaling staat er: "de naam van de God Jakobs zette u in een hoog vertrek". De namen Jakob en Israël werden dezelfde man gegeven. De naam Jakob bij zijn geboorte. Het geeft zijn natuurlijke aard aan. De naam Israël werd hem door de HERE gegeven, nadat Hij een andere man van hem had gemaakt. Wanneer we ten strijde trekken tegen de satan en zijn legermachten, gaan we veelal uit van wat we van nature zijn. We weten, dat bij ons geen kracht is. Wat we aan kracht ondervinden, ontvangen we van God naar Zijn genade. Hij doet ons andere mensen zijn. Toch verbindt Hij Zijn naam aan onze zwakten. Hij is de God, die zwakten van de Zijnen in Zich tot sterkte brengt. Vandaar dat we niet op onze zwakten maar op sterkte van God moeten zien. Ondanks onze zwakten zijn we sterk door de naam van Jezus.
Om bij strijd tot overwinning te komen moeten we zeker van onze veiligheid zijn. De naam van Jezus geeft die garantie. Zijn naam doet veilig zijn tegenover onzichtbare machten en wat ons vanuit de wereld belaagt. Zijn naam doet veilig zijn tegenover verleiding tot zonden en wat ongelovigen en gelovigen ons willen aandoen. Die naam doet veilig zijn ten opzichte van laster en kritiek. Doet eraan ontkomen, zoals de volgende teksten aangeven.

Psalm 18:44
Gij deed mij ontkomen aan de twisten van het volk

Psalm 35:l
Twist, HERE, tegen wie met mij twisten


Psalm 31:21
Gij bergt hen in een hut voor het getwist der tongen.

- De naam van de HERE deed David en zijn legers niet zonder meer of automatisch onaantastbaar zijn.

Spreuken 18:10
De naam des HEREN is een sterke toren;
de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar.

Er moet sprake van twee dingen zijn. Die veilig wilden zijn door de naam van de HERE, moesten rechtvaardig zijn. Niet in zichzelf of door eigen werken maar in en door de HERE. Naar het Nieuwe Testament is de rechtvaardiging in het bloed van Jezus. Onrechtvaardigen, zij die met zonden en ongerechtigheid te maken hebben, vin-den geen schuilplaats in de naam van Jezus. We moeten niet alleen gerechtvaardigd zijn. We moeten ons ook haasten, zoals men zich bij gevaar haast om een schuil-plaats te vinden. Zonder dat zijn we niet veilig voor de satan en zijn legermachten en niet in staat ze overwinnend te bestrijden.

- De naam van de HERE deed tot overwinning komen.

1 Cor. 15:57
Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.

Die door God gezalfd werden met de Heilige Geest, vinden niet alleen hun schuilplaats in de naam van Jezus. Zijn naam doet hen ook tot overwinning komen.

Psalm 20:7
Nu weet ik, dat de HERE Zijn gezalfde de overwinning geeft,
Hij antwoord hem uit Zijn heilige hemel met de machtige heilsdaden Zijner rechterhand.

David trok ten strijde met zijn legers. De strijd moest nog beginnen. Toch werd de overwinning al beleden. Dat spreekt van geloof in en vertrouwen op de HERE en Zijn naam en de komende overwinning. Geloof heeft met zekerheid te maken. Men beleed: NU WEET IK. Men wist vooraf, dat de HERE David de overwinning zou geven. Dat de HERE antwoordde uit Zijn Heiligdom met machtige heilsdaden van Zijn rechterhand. Wie zou daartegen bestand zijn. Ook geen vijandige legers.

Wanneer de overwinning vooraf vaststaat. Wanneer we er al zeker van zijn door wat de heilige Geest in ons bewerkt, we de overwinning al vooraf gelovig belijden, kunnen we er ook al vooraf over juichen. Dan kunnen we al vooraf de vaandels van overwinning opsteken.

Psalm 20:6
Wij willen juichen over uw overwinning
en in de naam van onze God de vaandels opsteken;
de HERE vervulle al uw begeerten.

"De HERE vervulle al uw begeerten" geeft aan, dat de strijd nog gestreden moest worden. David en zijn legers moesten optrekken de vijand tegemoet. Ook de overwinning lag nog in de toekomst. Toch was er al sprake van juichen en opsteken van vaandels. Door vooraf te juichen en de vaandels op te steken, beleed men te geloven in de komende overwinning. Die overwinning werd al als feit gezien, omdat die met de naam van de HERE te maken had. Bij strijden in de naam van de HERE is het onmogelijk nederlagen te lijden. Zijn naam doet te allen tijde overwinnen.

 - In de naam van de HERE de banier opheffen

Het gaat om het opheffen van de overwinningsvaandel. De banier. In vroegere tijden voerden legers banieren met zich. Daardoor werd het vijandige legers duidelijk, tegen wie gestreden werd en vanuit welk gezag. Op die banieren stonden mogelijk heraldische tekens en kleuren van de koning van die legers. Aan ons, die God vrezen, werd eveneens een banier gegeven.

Psalm 60:6
Gij hebt hun, die U vrezen, een banier gegeven.

God gaf ons, wanneer we Hem vrezen, de banier van overwinning. Die banier moeten we opheffen. Dan denken we niet aan vlaggen, zoals in sommige gemeenten gebeurt. Alhoewel vijandige legers zichtbare banieren met zich droegen, hadden de legers van Israël met een voor mensen onzichtbare banier te maken. De HERE en Zijn naam waren hun tot banier. Dat was wat Mozes al beleed.

Genesis 17:15
De HERE is mijn banier.

Naar het Oude Testament gold de HERE en Zijn naam Israël tot banier, die vooraf werd opgeheven. Nog voor de strijd aanving en de overwinning was behaald. Het was daarin dat David en zijn legers streden en overwonnen. De HERE en Zijn naam stonden garant voor de komende overwinning.
Wanneer wij, die God vrezen, in de naam van Jezus de voor mensen onzichtbare banier van overwinning opheffen, is het de satan en zijn legermachten duidelijk, tegen Wie ze strijden. Niet alleen tegen kinderen Gods maar vooral tegen Jezus en Zijn heilige naam. Die banier wordt dan ook tegen hen opgeheven. Dan is duidelijk, dat geestelijke overwinning niet door onszelf maar door machtige heilsdaden van onze God en Heer is. De overwinning is door Zijn strekte.

- Roemen in de naam van de HERE.

Aan het einde van de psalm staan diverse tegenstellingen.

Psalm 20:8-9
Deze beroemen zich op wagens en genen op paarden, maar wij roemen in de naam van de HERE, onze God.  
Zij zinken neder en vallen, maar wij richten ons op en houden stand.


Ongelovigen beroemen zich op wat ze naar de wereld hebben. Waar ze zich sterk in voelen. In de tijd van David beschikten vijandige legers over paarden en wagens, terwijl Israëlische legers te voet streden. Israël overwon, omdat het van de HERE en Zijn sterkte uitging. Hij hen de overwinning gaf in Zijn naam. Profetie over het toekomstig herstel van Israël geeft aan, dat het nogmaals in uiterste zwakte tegenover vijandige legers zal staan. Tegenover legers, die beschikken over paarden en wagens, dan valt te denken aan modern oorlogsmaterieel, dat tegen hen zal worden ingezet. De moderne wapens en strijdmiddelen van die legers zullen niet zijn opgewassen tegen de sterkte van de HERE en Zijn naam. De profeet Zacharia voorzegde daarom vanwege de HERE het volgende:

Zacharia 10:5
en zij (het volk van de HERE) zijn als helden, die door het slijk der straten treden in de strijd;
ja, zij strijden, omdat de HERE met hen is, maar die op paarden rijden komen beschaamd te staan.

Ongelovigen beroemen zich op wat ze naar de mens hebben. Ook vleselijke gelovigen gaan daar vanuit. Er zijn er, die zich beroemen op wat ze zijn, deden en tot stand brachten. Ook op ander gebied is er veel vals roemen. Het is vleselijk, te roemen op eigen "paarden en wagens". Zij, die in zich of iets van zich roemen en alle eer voor zichzelf opeisen, zullen neerzinken en vallen.

Er is een ander roemen. Niet in zichzelf. Een roemen in Jezus en Zijn naam. Dan geeft men aan, te erkennen, dat de overwinning niet door zichzelf maar door Hem en Zijn sterkte is. We moeten alleen in Hem en Zijn naam roemen. Al het overig roemen moet achterwege blijven. Het is vals, omdat onze overwinning door Jezus en Zijn naam is. Door Zijn genade ons ten deel valt.

1 Cor. 1:31
Wie roemt, roeme in de HERE
.

Wanneer we in Zijn naam roemen, zijn we in staat ons op te richten en houden we onder alles stand. We weten in en door Zijn naam onaantastbaar te zijn en te overwinnen. Wanneer we in Jezus en Zijn naam roemen, kunnen we al vooraf in Zijn naam de banier van overwinning opheffen.

J.W. de Cock