JUIST EN VERKEERD GEBRUIK VAN DE TONG

Jakobus 3:5
zo is ook de tong een klein lid en voert een hoge toon

 Inleiding:

De tong geldt als lid van het lichaam. Een klein lid. God schiep het lichaam en gaf ons er vrije beschikking over. We kunnen het ten dienste van gerechtigheid of van ongerechtigheid stellen. Naar de Romeinenbrief konden we, zolang we zonder God in de wereld leefden, het lichaam slechts ten dienste van de zonde en de ongerechtigheid stellen. Toen hadden we daarin geen keuze mogelijkheid. Omdat we door onze zondige natuur slaven van de zonde waren, konden we het lichaam slechts daaraan ten dienste stellen. Nadat we door de wedergeboorte kind van God werden, ontstond de mogelijkheid daarin te kiezen. We kunnen het lichaam ook nog steeds ten dienste van de zonde en ongerechtigheid stellen. Als onveranderde mensen leven. Dan hebben bekering, doop door onderdompeling en wedergeboorte geen uitwerking op ons doen en laten. In de gemeente te Korinthe waren er, die als onveranderde mensen leefden. Er heersten zonden en ongerechtigheid.

1 Korinthe 3:3-4
zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als (onveranderde) mensen,
zijt gij dan niet (onveranderde) mensen?

We kunnen als veranderde of als onveranderde mensen leven. Wat het lichaam betreft, wel of niet tot heiliging komen. We worden vermaand ons van de zonde, de wereld en de satan af te zonderen. Ons ten dienste van God te stellen. We moeten het lichaam naar Gods wil gebruiken. We brengen onze afzondering van en toewijding aan tot uitdrukking in de mate we ons ten dienste van God en de gerechtigheid stellen. Bij ons is de keuze en verantwoording ertoe. God zal ons lichaam nooit onder dwang van Zijn kant Hem ten dienste doen zijn.

Romeinen 6:19
Want gelijk gij uw leden gesteld hebt te dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid,
zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging.

Omdat bij ons de keuze en verantwoording is, moeten wij stellen. We moeten zelf ons hart, onze gevoelens en onze gedachten maar ook de leden van ons lichaam ten dienste van God en de gerechtigheid stellen. Daarbij moeten we ook het kleine lid, de tong, Hem ten dienste stellen. Nu voert de tong als lid een hoge toon. Er zijn teksten, die onderricht geven ten opzichte van gebruik van dit lid. Het valt te verstaan, dat Gods Woord er veel aandacht aan geeft. Mede daardoor weten we, dat de tong dood en verderf veroorzaakt, wanneer ze verkeerd gebruikt wordt. Wanneer we over dit lid waken, het bewaren voor verkeerd gebruik, bewaren we onszelf. Het heeft zelfs met bewaken en bewaren van onze ziel te maken.

Spreuken 21:23
Wie zijn mond en zijn tong bewaakt, bewaart zichzelf voor benauwdheden.
(Oude Vert.: Die zijn mond en zijn tong bewaart, bewaart zijn ziel van benauwdheden)

Gods Woord geeft onderricht over juist en verkeerd gebruik van de tong. Laat onder andere zien, dat wat de tong spreekt, de weergave is van wat in ons leeft. Geeft aan, welke geest bij ons is. Zo kan bij ons een kritische geest of een geest van tevredenheid zijn. Wat de tong spreekt, geeft aan, wat voor Christen we zijn.

Verkeerd gebruik van de tong.

De Jakobus-brief geeft op duidelijke wijze onderricht over verkeerd gebruik van de tong. Hoe valt de tong onjuist te gebruiken?

- God de schuld geven van onze verzoekingen

Jakobus 1:13
Laat niemand, als hij verzocht wordt zeggen; Ik word van Godswege verzocht.
Want God kan door het kwade niet verzocht worden en Hijzelf brengt ook niemand in verzoeking.

Ook gelovigen zijn geneigd God van alles de schuld te geven. Ze kunnen Hem veel ten onrechte toeschrijven. Ook van verzoekingen menen ze vaak God de schuld te moeten geven en houden zichzelf daarbij buiten schot. Men rechtvaardigt vaak zichzelf. Dat is zowel onjuist als zondig. We rechtvaardigen onszelf niet in God van alles de schuld geven. Hem valt niet te verwijten, dat we verzoekingen ondervinden. Ze ontstaan door onszelf. Door eigen begeerte van het zondige vlees.

Jakobus 1:14
Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort
uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte.

 - huichelachtig spreken

Jakobus 1:26
Indien iemand meent Godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt,
maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos.

Men kan zich vroom voordoen door een vrome houding aan te nemen en vroom te spreken. In het dagelijkse nemen we vaak een andere houding aan. Spreken we een andere taal. Dan is er geen spreken naar ons geloof in God en Zijn Zoon. Dan houden we de tong niet in bedwang. Ware vroomheid blijkt niet in zich uiterlijk vroom voordoen. Het blijkt uit beheersing van de tong, wanneer men zich onder niet-gelovigen bevindt. Het is huichelachtig, te midden van medegelovigen zich bij het spreken vroom voor te doen, terwijl men bij niet-gelovigen een andere taal spreekt. In huichelachtig spreken is verkeerd gebruik van de tong.

- armen ten opzichte van rijken discrimineren

Jakobus 2:3
gij zoudt opzien tegen de man met de prachtige kleding en zeggen:
neem gij hier deze goede plek, maar tot de arme zoudt zeggen:
ga gij daar staan, of ga naar beneden bij mijn voetbank zitten.

Het woord "discrimineren" kende men vroeger niet. Discrimineren kwam in de tijd van Jakobus wel voor. Nog altijd komt het voor. Vaak worden mooie woorden gesproken tot aanzienlijken. Minder mooie woorden of mogelijk geen woorden worden gesproken tot onaanzienlijken. Armen worden vaak ten opzichte van rijken gediscrimineerd. Spreken tot armen is vaak anders dan tot rijken. Armen worden soms diep gekwetst. Dat wordt aangemerkt als verkeerd gebruik van de tong. Het komt ons niet toe, onderscheid tussen rijken en armen te maken.

Mensen oordelen naar wat we zien en horen. God oordeelt anders. Naar het innerlijk. Ook in de kerk of gemeente mogen we mensen niet op hun uiterlijk be- of veroordelen. Er mag geen sprake van discrimineren zijn.

- gevoelloos spreken over hen, die gebrek lijden

Jakobus 2:15
Stel, dat een broeder of zuster gebrek heeft aan kleding en aan dagelijks voedsel,
en iemand uwer zegt tot hen: Gaat heen in vrede, houdt u warm en eet goed,
zonder hen echter van het nodige voor het lichaam te voorzien, wat baat dit?

Het is goedkoop iemand het goede te wensen zonder iets voor hem/haar te doen. Zonder nodige hulp bieden helpen we niet, die gebrek lijden. Door mooie woorden wordt niemand warm of gevoed. Woorden hebben dan geen waarden. We gebruiken de tong verkeerd, wanneer we goede woorden spreken zonder tot daden over te gaan. Dan hadden we beter niet kunnen spreken. We mogen dan goede woorden spreken, wanneer we noodlijdenden van het een en ander voorzien.

 - kwaad over iemand spreken

 Jakobus 3:6
de tong neemt haar plaats in onder onze leden, als iets,
dat het gehele lichaam bezoedelt en het rad der geboorte in vlam zet

Door kwaadsprekerij en roddel ontstaan praatjes. Dat begint vaak met iets nietigs. Een volgende voegt er iets aan toe en na enige tijd ontstaan hele verhalen. Er wordt veel ten onrechte over anderen gesproken. Met de tong kunnen we van alles verspreiden. We kunnen anderen zo belasteren, dat ze er door onderdoor gaan. Het Oude Testament geeft onderricht over kwaadspreken en roddelen.

Exodus 20:16, 23
16 Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste
23 Gij zult geen vals gerucht verbreiden

Wanneer kwaadsprekerij en roddel achterwege zouden blijven, zou er meer rust zijn. Helaas valt dat ook van kerken en gemeenten te zeggen. Wanneer de tong in bedwang zou worden gehouden, zou er meer vrede en rust bij gelovigen zijn.

- het anderen oordelen

Jakobus 4 : 12
maar wie zijt gij, dat gij uw naaste oordeelt?

De tong wordt vaak misbruikt om anderen te oordelen. We menen over anderen een oordeel te kunnen uitspreken. Naar de tekst is de vraag, wie we menen te zijn, wanneer we naasten oordelen. Daar zijn we niet toe bevoegd. Het is alleen aan God te oordelen, omdat Hij het naar gerechtigheid doet. Hij doorgrondt allen.

- het zweren van een eed met woorden, die boven ons vermogen gaan

Jakobus 5:12
Maar vooral, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch welke eed ook

Het is tegen Gods wil en woord, met de tong een eed te zweren. Dat is ons niet geoorloofd. Ook als gelovigen zijn we uiterst beperkt. Door met hoogdravende woorden te zweren gaan we boven onze beperkingen uit. Men kan bij een eed zweren dat zeggen, waar men niet aan kan voldoen. Al het feit, dat men niet weet of men nog in leven is om waar te maken, wat men zegt, moet doen afzien van iedere eed bij wat dan ook. Ook Jezus gaf daar onderricht over.

Mattheüs 5:34-37
Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: bij de hemel niet, omdat zij de troon van God is; bij de aarde niet, omdat zij een voetbank Zijner voeten is; bij Jeruzalem niet,
omdat het de stad van de grote Koning is; ook bij uw hoofd zult gij niet zweren, omdat gij niet één haar wit kunt maken of zwart. Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn,
en het neen, neen; wat daar boven uit gaat, is uit de boze.

Mattheus 23:20-21
Wie dus gezworen heeft bij het altaar, zweert daarbij en bij alles, wat erop ligt. En wie gezworen heeft bij de tempel, zweert daarbij en bij Hem, die erin woont. En wie gezworen heeft bij de hemel, zweert bij de troon Gods en bij Hem, die daarop gezeten is.

Jezus gaf aan, niet te zweren bij wat dan ook. Het is niet alleen onjuist. Het werd ons verboden. We gaan boven ons vermogen, wanneer we bij zweren het heilige garant stellen. Jezus leerde, dat ons JA, JA en ons NEEN, NEEN moet zijn. Wat daarboven uitgaat, is uit de boze. Er is misbruik van de tong in zweren van een eed. Dat vooral wanneer we er overmoedig boven ons vermogen door uitgaan.

Jakobus 5:9
Broeders, zucht niet tegen elkaar opdat gij niet onder het oordeel valt.

Ook gelovigen zuchten tegen elkaar. Daarin is verkeerd gebruik van de tong. Zuchten verandert niet de situatie, waarover we zuchten. Wel brengt het verandering bij onszelf. Het doet ons onder het oordeel vallen. Door tegen elkaar te zuchten, geven we te kennen, hoe moeilijk we het naar onze mening hebben. In zuchten is negatief spreken. We hebben als gelovigen geen reden om te zuchten. Ook niet wanneer we moeilijkheden ondervinden. We gaan een meest heerlijke toekomst tegemoet, die alle aardse strijd en moeiten te boven gaat. Al nu zijn we koningskinderen en hebben de eeuwige God tot hemelse Vader.

Zuchten heeft gevolgen. Het schijnt zo te zijn, dat het lichaam zich instelt op of aanpast aan innerlijke stemmingen. Zuchten geeft aan, dat we ons innerlijk verslagen voelen. Dat heeft uitwerking op ons lichaam. Het tegenovergestelde is eveneens waar. Wanneer we woorden van dankbaarheid, vrede en blijdschap spreken, geven we eveneens aan, wat innerlijk bij ons is. Dat bij ons een dankbaar, vredig en vreugdevol hart is. Ook dat heeft uitwerking op ons lichaam.

Spreuken 17:22
Een vrolijk hart bevordert de genezing, maar een verslagen geest doet het gebeente verdorren.

Het is van belang, de tong te bewaken en te bewaren voor tegen elkaar zuchten. Ook Job bewaakte en bewaarde zijn tong. Hield zijn tong onder controle. Bij al zijn leed en moeiten zondigde hij niet met de tong. Hij schreef de HERE niets ongerijmds toe. Hij zuchtte niet onder wat hij moest dragen.

Job 2:10
…in dit alles zondigde Job met zijn lippen niet

Jakobus wees op verkeerd gebruik van de tong. Hij trachtte gelovigen te weerhouden misbruik van dit kleine lid te maken. Hij onderrichtte ook over juist gebruik ervan. We moeten niet alleen niet tot onjuist gebruik komen. Ook tot juist gebruik. We kunnen er juist gebruik van maken, dat tot zegen voor onszelf en anderen is. Waarin is juist gebruik van de tong?

Jakobus 3:9
……met haar (de tong) loven wij de Here en Vader

Het meest zegenrijke waartoe we de tong kunnen gebruiken, is God loven en prijzen. We zouden dat meer moeten doen. We zouden er meer tijd voor moeten nemen. God is waard Hem dat te offeren. De heilige Geest doet tot loven en prijzen van God komen. Bij herhaling lezen we over uitstortingen van de heilige Geest, waarbij gelovigen God ook in nieuwe tongen groot maakten en verheerlijkten. Een voorbeeld ervan is in wat over Cornelius en de zijnen beschreven staat.

Handelingen 10:46
zij hoorden hen spreken in tongen en God grootmaken

Omdat eigen woorden tekort schieten, hebben we nodig, God groot te maken en te verheerlijken in nieuwe tongen, bewerkt door de heilige Geest. Dat heeft zegenrijke gevolgen, zoals de volgende tekst aangeeft.

Psalm 50:23
Wie lof offert, eert Mij, en baant de weg, dat Ik hem Gods heil doe zien

Gods Woord geeft lering over gebed. Gebed is kostbaar voor God. Het is de wijze, waarop we dingen van Hem vragen. We moeten de tong gebruiken om God biddend dingen af te smeken. Daarin is juist gebruik van de tong. Ook wordt geleerd, dat gebed gepaard moet gaan aan geloof. Het moet in geloof zijn.

Jakobus 1:6-7
Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt.
Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, gestadig op al zijn wegen.

 Waarvoor kunnen we bidden? Ook dat werd aangegeven?

  •  bidden om wijsheid

Jakobus 1:5
Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die allen geeft eenvoudig weg zonder verwijt.

  • voorbeden doen voor wie in nood verkeren

Jakobus 5:16
bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt

  •  bidden om kracht bij het dragen van leed

Jakobus 5:13
heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden.

  •  bidden om grote dingen

Jakobus 5:17-18 
Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land;
drie jaar en zes maanden lang; en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten.

Op gebed van Elia regende het jarenlang niet. Opnieuw op zijn gebed opende zich de hemel. Zijn gebed staat tot voorbeeld. Er wordt aangegeven, dat hij aan ons gelijk was. Er was niets bijzonders aan Elia. Toch bad hij om grote dingen. De HERE bewerkte het in antwoord op zijn gebed. Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land; drie jaar en zes maanden lang; en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten.

  • bidden voor hen, die verachteren in de genade

Jakobus 5:19 
Mijn broeders, indien bij u iemand van de waarheid afdwaalt, en een ander brengt hem tot inkeer, weet dan, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal behouden en tal van zonden bedekken.

Velen verachteren in genade. Eerst dienden ze de Heer en ondervonden blijdschap door het evangelie van Christus. Door verlokking van de wereld en verleiding tot zonden, dwaalden ze af. Het geldt als juist gebruik van de tong, God voor hen om genade en ontferming te smeken. Iemand van dwaling tot God terugbrengen vindt niet plaats zonder nodig gebed.

- God lof zingen

Jakobus 5:13
Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen.

Door God lof te zingen kwamen al velen tot geloof en bekering. Dat raakt het hart. Daarbij is God lof zingen een uitweg om bij moeilijkheden tot overwinning te komen. Velen overwonnen gevoelens van depressies door God lof te zingen.

- getuigen van Jezus zijn

Handelingen 1:8
gij zult Mijn getuigen zijn

Getuigen van Jezus zijn is niet in de eerste plaats een kwestie van woorden. We moeten Zijn getuigen zijn door ons leven. Dan kunnen we de tong gebruiken om getuigende woorden over Hem te spreken.