Wederkomst en Opname

Jeshoea komt terug. Dat heeft Hij beloofd en daar is de Bijbel duidelijk over.

“...deze Jezus, die van u is opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen als gij Hem ten hemel hebt zien varen.”(Hand. 1:11)

Jeshoea komt terug!   Jeshoea komt terug omdat er nog profetieën zijn die waar gemaakt moeten worden. Hij zou komen als de lijdende Knecht des Heren, die voor onze zonden zou sterven aan het kruis. Maar….Hij zou ook komen om als Koning te heersen. Precies zoals Hij dat aan de mensen toen heeft duidelijk willen maken in de gelijkenis:

“...aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde Hij nog een gelijkenis, aangezien Hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken. Hij zei: Een man van voorname afkomst ging op reis naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren.”   (Luc.19:11)

God belooft, dat Hij Israël, na de wereldwijde verstrooiing, terug zal brengen in het land. Dat Hij Israël zal herstellen als volk als ze tot inkeer zijn gekomen

“..en Mijn knecht David zal koning over hen wezen. Zij zullen naar Mijn verordeningen wandelen en naarstig Mijn inzettingen onderhouden. Zij zullen wonen in het land dat Ik aan Mijn knecht Jakob gegeven heb en waarin hun vaderen gewoond hebben; ja, zij zullen daarin wonen, zij, hun kinderen en hun kindskinderen, tot in eeuwigheid, en Mijn knecht David zal hun voor eeuwig tot vorst zijn”. (Ez.37:2)

Dan gaat het hier niet om David, de zoon van Isaï…maar om de zoon van Davidom Jezus, zoals dat blijkt uit andere Schriftplaatsen.

“...want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod en terafiem. Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de Here, hun God zoeken, en David, hun koning, en bevende komen tot de Here en tot Zijn heil - in de dagen der toekomst.” (Hos. 3:4)

Vele dagen…eeuwenlang, zijn zij al zonder koning en zonder vorst. Zonder offer en zonder gewijde steen, zonder tempeldienst.   En God zegt hier, door Hosea…. daarna, na die lange tijd zonder, zullen zij zich bekeren en de Here, hun God zoeken, en David, hun koning.

Verdrukking.

Hoe duidelijk laat Gods woord hier zien dat het zoeken en die bekering door een enorme zware periode heen zal gaan.   Een periode van benauwdheid…een periode van verdrukking.

“...want zie, de dagen komen, luidt het woord des Heren, dat Ik in het lot van Mijn volk Israël en Juda een keer breng, zegt de Here, en hen terugbreng in het land dat Ik aan hun vaderen gegeven heb, zodat zij het zullen bezitten. ...want zo zegt de Here: Angstgeschrei horen wij, schrik en geen heil. Vraag toch, ziet, of een man baart; waarom zie Ik iedere man met zijn handen aan zijn heupen als een barende en heeft elk gelaat een lijkkleur gekregen? Wee, groot is die dag, zonder weerga; een tijd van benauwdheid is het voor Jakob; Maar daaruit zal Hij gered worden. Op die dag zal het gebeuren, luidt het woord van de Here der heerscharen, dat Ik het juk van hun hals zal verbreken en hun banden zal verscheuren; vreemden zullen hen niet meer knechten, maar zij zullen de Here, hun God dienen en David, hun koning, die Ik hun verwekken zal...” (Jer. 30:1-9)

Aan het koningschap van Jeshoea gaat een “dag” van grote benauwdheid vooraf, namelijk de verdrukking, die zeven jaar zal duren.

Zeven jaar.

Als Daniël God om inzicht vraagt over de toekomst van zijn volk, dan openbaart God dat in de zeventig “weken”, in zeventig periodes van zeven. Uit onderzoek van Gods woord blijkt dat het hier gaat om zeventig periodes van zeven jaar...om z.g. “jaarweken”.

En God verdeelt die in drie stukken, nl. 7, 62 en 1 week. En dan, na die laatste “jaarweek”, dan komt het koninkrijk van God. En God laat aan Daniël zien dat in de 69e jaarweek iets bijzonders gebeurt:

“...weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herbouwen tot op een gezalfdeeen vorst, zijn zeven weken; en tweeënzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven. En na de tweeënzestig weken zal een Gezalfde worden uitgeroeid, terwijl er niets tegen Hem is. en het volk van een vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten...”(Dan. 9:24-26)

Hoe duidelijk wordt hier verwezen naar Jeshoea, naar De Gezalfde? Hij is inderdaad na de 69jaarweek omgebracht. En volgens dezelfde profetie zijn deze zeventig jaarweken bepaald over het volk, de stad Jeruzalem en om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen en om eeuwige gerechtigheid te brengen. Dus....na deze zeventig jaarweken zal Gods koninkrijk komen. Het wachten is op de laatste jaarweek voor Israël. Hieruit blijkt dat er tussen de 69e en 70jaarweek inmiddels een gat zit van bijna 2000 jaar! Dus er is nog een periode van zeven jaar te gaan voor Israël….

Als de engel Gabriël het allemaal aan Daniël uitlegt, dan zegt hij dat halverwege deze laatste jaarweek een drama zich zal voltrekken. Aanvankelijk zullen zij door middel van een gesloten verbond het rustig hebben, maar dan, halverwege….

“En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe...” (Dan. 9:27)

Iemand…zal veroorzaken dat de vrede weggenomen wordt, dat de offerdienst niet langer in de tempel kan plaatsvinden. Komt dit gebeuren niet treffend overeen met wat Paulus schrijft:

“...want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs, de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij God is.”(2 Tess. 2:4)

Dan heeft Paulus het over die laatste jaarweek die vooraf gaat aan de wederkomst van Jeshoea. En halverwege die jaarweek zet de antichrist zich in de tempel, en zorgt daardoor dat de offerdienst ophoudt. Halverwege….deze laatste helft van de jaarweek, de laatste 3½ jaar, komen we in de Bijbel meer tegen onder verschillende aanduidingen, zoals:

“...een tijd, tijden en een halve tijd...” ( Dan. 7:25)
“...van de tijd af dat het dagelijks offer gestaakt wordt en een gruwel wordt opgericht, die verwoesting brengt, zijn het duizend tweehonderd en negentig dagen…” (Dan. 12:11)

In het boek Openbaring komen dezelfde termen voor, hoe Israël door God op een bijzondere wijze bewaard zal worden, een tijd, tijden en een halve tijd…(Openb. 12:14) en dat God haar onderhouden zal twaalfhonderd en zestig dagen. (Openb. 12:6)

En zelfs vinden we daar een derde aanduiding over de tweede helft van deze jaarweek:

“..en hem werd macht gegeven dit tweeënveertig maanden lang te doen”.(Openb.13:5)

Drieënhalf jaar, de tweede helft van de laatste - de uitgestelde jaarweek - voor Israël, waarin God afrekent met de satan, met de zonde. En dan komt Jeshoea!

Gods toorn.

Het zijn Gods oordelen om Israël tot inkeer en in het nieuwe verbond te brengen. Het zijn ook Gods oordelen die komen over de andere volkeren, over de ongehoorzame mens, met als doel om ze tot berouw, tot bekering te brengen. Het is Gods toorn die komt, zoals het is aangezegd.

“...de grote dag des HEREN, nabij en hij nadert haastig.die dag is een dag van verbolgenheid..” (Zef. 1:14)

Gods toorn…dat is het kenmerk van deze periode van verdrukking. En dat weten de mensen!

“...en zij zeiden tot de bergen en tot de rotsen: valt op ons en verbergt ons voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?”(Openb. 6:16,17)

Gods toorn komt. Maar ook de toorn van het Lam, van Jeshoea. Dat is de tijd van de verdrukking, de tijd waar Jeshoea het over heeft, als Hij zegt:

“Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingelt ziet, weet dan dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judéa zijn vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnen gaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn. En er zullen tekenen zijn aan de zon en de maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van de branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen. En dan….zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid.”

Als Hij deze waarschuwing heeft doorgegeven, dan vervolgt Hij met iets zeer opmerkelijks:

“...zie toe op uzelf dat die dag niet plotseling over u kome, als een strik. Want hij zal komen over allen, die gezeten zijn op het oppervlakte der ganse aarde. Waakt ten allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ONTKOMEN aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen.(Luk.21:20-36)

Jeshoea zegt hier…dat er een manier is om te ontkomen aan alles wat gebeuren moet. Dat er dus ontkoming is aan de toorn van God. 
Hoe kan dat?

Wederkomst.

Het Griekse woord voor wederkomst is parousia. Zoals het in die tijd gebruikelijk was bij o.a. de terugkeer van de keizer, ging een delegatie hem tegemoet....en keerden ze gezamenlijk terug. Dat beeld zien we ook bij de terugkomst van Jeshoea.

De parousia” bestaat uit:

1e Hem tegemoet gaan, harpazo” , de opname van de gemeente
2Zijn verschijning op de Olijfberg, epiphaneia

Tussen de opname en de verschijning op de Olijfberg zit tenminste zeven jaar...verdrukking.

De opname.

In de Bijbel kunnen we lezen, dat er een moment zal komen van een indrukwekkend gebeuren, dat alle gelovigen, iedereen die opnieuw geboren is, weggerukt zullen worden van de aarde voordat de grote verdrukking aanbreekt en om voor het aangezicht van Jeshoea gesteld te worden.

“....dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Here wezen.” (1 Tess. 4:13-18)

Wat een belofte! Dit woord kun je niet inpassen in het sterven van een gelovige. Dat is niet weer te geven met “weggevoerd worden de Here tegemoet in de lucht”. Het gebruikte Griekse woord “harpos” drukt een hele snelle beweging uit: wegrukken. Denk aan ons woord harpoen. God rukt Zijn kinderen weg voordat de verdrukking aanbreekt. Dat is de weg van ontkoming waar Jezus het over heeft. Er is ontkoming aan alles wat geschieden moet. Paulus legt dat in zijn tweede brief verder uit, als hij het heeft over de wederkomst en de antichrist, die zich halverwege de verdrukking in de tempel zet. Dan zet Paulus uiteen dat hij zich niet kan openbaren omdat dat tegen wordt gehouden:

“...en gij weet thans wel, wat hem weerhoudt...totdat hij die op het ogenblik dat nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren.” (2 Tess.2:5-8)

Wie kan de komst van de antichrist tegenhouden en moet er dan eerst “verwijderd” worden?
Wie anders dan God, wie anders dan de Heilige Geest kan dat tegenhouden! De Heilige Geest die in de gemeente woont?! Als God de gemeente “wegrukt”...verwijdert, ja dan zal hij zich kunnen openbaren omdat dan ook de Heilige Geest weg is. Dan breekt de verdrukking aan.

Hoe duidelijk blijkt dat, als Johannes op Patmos, op mag klimmen naar de hemel en de troonzaal van God mag rondkijken. Als Hij daar Jeshoea ziet staan, met de boekrol - de lossersakte- die verzegeld is met zeven zegels. Zeven zegels die Hij gaat verbreken om de schepping te lossen…op te eisen, waarmee Hij de verdrukking in gang zet. Dan ziet Johannes in de hemel ook zeven vurige fakkels - het beeld van de volheid van de Heilige Geest - voor de troon. Als dan de Heilige Geest boven in de hemel is, dan moet ook de gemeente boven zijn omdat Jeshoea ons een geweldige belofte heeft gegeven:

“...Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet ontvangen kan…Hij blijft bij u en zal in u zijn.” (Joh.14:16,17)

En dat blijkt ook. Dan ziet Johannes de “gemeente” vertegenwoordigt in de 24 oudsten, die in de troon van God zitten. In het Oude Testament werden de priesters ook ingedeeld in groepen van 24, waarin zij het hele priesterschap vertegenwoordigden:

“..daarom deelde men hen aldus in: zestien hoofden voor de families van de zonen van Eleazer, en acht voor de families van de zonen van Itamar.” (1 Kron. 24:1-19)

Volgens die indeling deed Zacharias dienst toen Gabriël hem verscheen in de tempel, om de geboorte van Johannes aan te kondigen. ( Lucas 1:5)
Vierentwintig oudsten. De gemeente, als nieuwtestamentisch priesterschap, is opgenomen in de hemel voordat de verdrukking begint.
Een ander gedeelte uit het boek Openbaring laat daar een heel bijzonder licht op schijnen nl. het gezicht van de vrouw en de draak.

“...En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; en zij was zwanger en schreeuwde in haar weeën en in haar pijn om te baren…En de draak stond voor de vrouw, die baren zou, om, zodra zij haar kind gebaard had, dit te verslinden. En zij baarde een zoon, een mannelijk wezen en haar kind werd plotseling weggevoerd naar God en Zijn troon...” (Openb. 12:1-5)

Wie is de vrouw? En wie is het kind?

De vrouw is Israël, daar is geen twijfel over. Maar wie is het kind? Veelal wordt gedacht aan Jeshoea. Maar is dat zo? Is Hij plotseling weggevoerd....weggerukt? Hier wordt opmerkelijk hetzelfde woord gebruikt als voor de opname van de gemeente! Als de gemeente uitgegroeid is, ”geboren” wordt… dan wordt de gemeente plotseling weggevoerd naar God en Zijn troon. Dan is de periode van de gemeente voorbij. En dan gaat God verder met Zijn plan over Israël.

Dat machtige en volkomen onbekende gebeuren met een gemeente - een volk uit de heidenen en de opname daarvan - heeft God jaren tevoren al voorspeld door de profeet Micha.

“...En gij, Bethlehem Efratha, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda uit u zal Mij voortkomen, die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid....”(Micha 5:1)

Dat is de aankondiging van Jeshoea’s geboorte, maar het volgende vers heeft daar niets mee te maken. Het volgende vers maakt een enorme stap in de tijd, een profetische stap, die ingevuld wordt door het gezicht uit Openbaring 12.

“…Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij baren zal, gebaard heeft. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten.” (Micha 5:2)

God zegt dat Hij Juda zal prijsgeven onder de volkeren totdat…zij die baren zal gebaard heeft En daar bedoelt God Maria niet mee. Daar bedoelt God de geboorte van Jeshoea niet mee. Want na Jeshoea’s geboorte is Juda niet teruggekeerd samen met de andere stammen. Integendeel! Juist toen heeft Hij hen prijsgegeven. Nee, God laat in Micha 5 een andere “geboorte” zien. De geboorte van de gemeente, uit Israël, die plotseling wordt weggevoerd naar God en Zijn troon. En dan….!   Daar is het wachten op.

“...een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat.” (Rom. 11:25)

De gemeente is de “Wederhouder”, voor de antichrist maar ook voor het verdere plan van God met Zijn volk Israël. Dan gaat Gods openbaring aan Johannes ook verder in werking:

“..de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zal worden.” (Openb.12:6)

Als de gemeente is opgenomen, dan zal er een tijd aanbreken dat God Israël op een bijzondere manier zal beschermen. Twaalfhonderdzestig dagen, drieënhalf jaar lang.

Gods toorn voor de gemeente?

Er is ook nog een andere, duidelijk reden dat de gemeente voor de verdrukking wordt opgenomen. Verdrukking is er nu ook. Hoeveel kinderen van God worden nu niet vervolgd en verdrukt? Waarom zou God ons daarvoor bewaren? Maar de verdrukking van deze tijd heeft niets te maken met de toorn van God en van het Lam. En dat maakt alles anders. Jeshoea leert dat dáár voor een weg van ontkoming is: gehoorzamen!

“...laat niemand u misleiden...want door zulke dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid...” (Ef. 5:6)

Gods toorn komt over allen die niet bedekt zijn door geloof in Jezus’ bloed, die niet gereinigd zijn, niet wedergeboren zijn en niet verzoend zijn.

Jezus heeft immers aan het kruis Gods straf en Gods toorn over al onze zonden gedragen?

“...die zelf onze zonden in Zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door Zijn striemen zijt gij genezen.” (1 Petr.2:24)

Hij droeg onze straf. Hij droeg de toorn van God in die uren van Godverlatenheid.

En als Hij dat aan het kruis volbracht, waarom dan nog komen onder Gods toorn? Was dan Jeshoea’s offer niet voldoende? Alleen op grond van dát offer is er ontkoming, want:

“...God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus, die voor ons gestorven is...” (1 Tess. 5:9)

Wij zijn niet meer bestemd, niet meer voorbestemd voor de toorn van God die komen gaat. Daar staat Jeshoea’s offer borg voor zoals blijkt uit wat Paulus schrijft in Romeinen:

“....veel meer zullen wij derhalve, thans door Zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn...” (Rom. 5:9 )

En wat te zeggen van de geweldige woorden die Paulus schrijft aan de Thessalonicenzen:

“...en uit de hemelen Zijn zoon te verwachten, die Hij uit de doden opgewekt heeft, Jezus, die ons verlost van de komende toorn.” (1 Tess. 1:10 )

Wij komen niet meer onder de toorn van God en van het Lam. Wij komen daarom niet in de verdrukking, maar worden voor die tijd “opgenomen”.

Zijn verschijning.

Israël en de overige volkeren zullen door de tijd van verdrukking moeten. Een periode die zeven jaar zal duren. Dan komt Jeshoea terug op aarde. Dat heeft Hij beloofd. Dat heeft Hij vooral beloofd aan Israël. Hij komt om ze te verlossen en om als Koning te heersen.

Satan zal er alles aan doen om die terugkeer onmogelijk te maken. Daarom zal satan er alles aan doen om Israël te vernietigen.

“...En toen de draak zag dat hij op de aarde was geworpen, vervolgde hij de vrouw, die het mannelijke kind gebaard had...en de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben...” ( Openb. 12:13-18)

Die strijd zal uitlopen op de “slag bij Harmagedon”…en dan komt Jeshoea terug!

“...dan zal Ik alle volken tegen Jeruzalem ten strijde vergaderen; de stad zal genomen worden, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen geschonden. De helft van de stad zal wegtrekken in ballingschap, maar de rest van het volk zal in de stad niet uitgeroeid worden. Dan zal de Here uittrekken om tegen die volken te strijden, zoals Hij vroeger streed, ten dage van de krijg; Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten, oostwaarts en westwaarts, tot een zeer groot dal, en de ene helft van de berg zal noordwaarts wijken en de andere helft zuidwaarts; en gij zult de vlucht nemen in het dal mijner bergen, want het dal der bergen zal reiken tot Azal; ja, gij zult de vlucht nemen, zoals gij de vlucht genomen hebt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, de koning van Juda. En de Here, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem.” (Zach.14:2-5)

Dan komt Jeshoea terug en verlost Zijn volk. Dan zullen zij inzien dat Hij de Messias was.

“... zij zullen Hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over Hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.” (Zach.12:10)

Zijn verschijning, Zijn terugkeer op aarde, waar de Bijbel zo duidelijk over spreekt.

“...hem zal de Here doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning (epiphaneia), als Hij komt.” (2 Tess. 2:8 )
“...verwachtende de zalige hoop en de verschijning (epiphaneia) der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus.”(Tit. 2:13)

Dan zal Hij verschijnen, wederkomen om het vrederijk te stichten. Om te gaan regeren vanuit Jeruzalem, duizend jaren. Dan maakt Jeshoea de geweldige profetieën waar van o.a. Jesaja

“...En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï...Hij zal niet richten naar hetgeen Zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen Zijn oren horen...Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal hen hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen neerleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken. En het zal te dien dage geschieden, dat de volken de wortel van Isaï zullen zoeken, die zal staan als een banier der natiën, en zijn rustplaats zal heerlijk zijn. (Jes. 11:1-10)

Dat vrederijk, waarin Christus regeert, zal duizend jaar duren.

“...En ik zag een engel nederdalen uit de hemel met de sleutel des afgronds en een grote keten in zijn hand; en hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en hij bond hem duizend jaren, en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de volkeren niet meer zou verleiden, voordat de duizend jaren voleindigd waren. (Openb. 20:1-6)

Dan wordt satan nog voor een korte tijd losgelaten. Dan krijgt hij nog één keer de kans om de mensen te verleiden die in het duizendjarig rijk zijn geboren. Een korte tijd

“...wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden...” (Openb.20:7,8)

Een korte tijd. Dan grijpt God in en maakt er een einde aan. Satan wordt in de hel geworpen en het laatste oordeel - voor de grote witte troon - komt, waar alle ongelovigen geoordeeld en veroordeeld zullen worden. 
Daarna zal Jeshoea alles overdragen aan God de Vader…alles, waar Hij de losprijs voor betaald heeft. De hele kosmos, heel Gods schepping wordt nieuw en komt terug in het Koninkrijk van God.

“...daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood... Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.” (1 kor. 15:24-28)

J.P. van der Wolf