Doop in Water

De Bijbel spreekt over een leer van dopen. Dus…er is onderwijs, studie, een leer over dopen. Meteen blijkt dat er meerdere dopen zijn want het staat in een meervoudsvorm. Dopen is iets wat in die tijd een bekend verschijnsel was. Niets bijzonders. Hoe vertrouwd was men met Johannes de Doper, aan de oever van de Jordaan, waar hij predikte en doopte?! Jezus heeft, vlak voordat Hij naar de hemel ging, die opdracht tot dopen bij ons achtergelaten:

Mattheüs 28:19
“...gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb.

Dopen in water…is een middel om je discipel-zijn te bevestigen. Dopen staat niet op zichzelf, maar dopen heeft een resultaat…een gevolg…een doel. Je wordt gedoopt in water tot discipel van Jeshoea, op grond van je geloof en keus daartoe! De gemeente(leden) bestaat dan ook uit discipelen, uit hen die gedoopt zijn. Zo deed Johannes de Doper dat ook. Hij hield de mensen een boodschap voor. Stelde ze voor de keus of ze hem daarin wilden volgen of niet.

Mattheüs 3:2-6
“...bekeert u, want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen…en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem
dopen, onder belijdenis van hun zonden.”

Het geloof in zijn woorden was maatgevend. Zonder dat geloof zou de doop geen enkele waarde hebben. Dat bleek toen enkele Farizeeën bij Jeshoea kwamen om zich te laten dopen. Toen zei Jeshoea tegen hen:

Mattheüs 3:7-8  
“...wie heeft u een wenk gegeven om de komende toorn te ontgaan? Brengt dan vrucht voort die aan de bekering beantwoordt...”

Zonder geloof…zonder bekering, zonder verandering die met je keus te maken heeft, heeft de doop geen zin.   Er moet geloof en aanvaarding zijn van het woord dat gehoord is en waar je voor kiest. Zo deed Petrus dat ook, toen hij op de Pinksterdag de Joden toesprak en van Jeshoea getuigde, totdat ze hem vroegen wat ze moesten doen om behouden te worden.

Handelingen 2:38
“...bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden.

Zo hield Jeshoea het zijn discipelen en ons voor om het op dezelfde manier te doen.

Marcus 16:16
“...verkondigt het evangelie...wie
gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.

Duidelijk blijkt hier dat geloven en dopen bij elkaar hoort. Maar ook dat de doop geen zin heeft zonder geloof, want zonder geloof word je veroordeeld. Geloof het woord van Jeshoea en wordt discipel van Hem. Laat je dopen en door het geloof zal je behouden worden.

Efeze 2:8
“...want door genade zijt gij behouden, door het geloof.”

Door de doop word je niet behouden. Maar als je tot geloof komt in Jezus, dan laat je je dopen omdat Hij dat van Zijn discipelen vraagt. Vanaf het eerste begin heeft Jezus dit zo gedaan, zo gewild, terwijl Johannes de Doper ook zo bezig was. Beiden predikten zij, beiden maakten zij discipelen en beiden doopten zij.

Johannes 4:1-2
“...de Farizeeën gehoord hadden, dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes, - ofschoon Jezus niet Zelf doopte, maar Zijn discipelen...”

Discipel zijn en gedoopt zijn horen bij elkaar. Jeshoea vroeg geen speciale haardracht zoals de volgelingen van de Hare Krishna. Jeshoea vroeg geen speciaal gekleurd gewaad zoals de volgelingen van de Bagwan en ook geen gekleurde stip op je voorhoofd. Jeshoea vraagt aan Zijn volgelingen om zich te laten dopen. Zijn woord is de basis voor je keus om Hem te volgen en te gehoorzamen. En ook aan Zijn opdracht om je te laten dopen. Zo komen we dat voortdurend in de Bijbel tegen.

“...Zij dan, die zijn woord aanvaarden, lieten zich dopen…” (Hand. 2:41)
“Toen zij geloof schonken aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van Jezus Christus predikte, lieten zij zich dopen.”(Hand.8:12)
“...zij hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus gezegd werd. En toen zij gedoopt was…” (Hand. 16:14)
“...Crispus...kwam tot geloof in de Here...en vele van de Corinthiërs die hem hoorden, geloofden en lieten zich dopen.” (Hand. 18:8)
“...en toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus.” (Hand. 19:5)

Er is eerst een keus, door het woord.   Een keus om Jeshoea te volgen.   Op grond van jouw keus word je gedoopt tot zijn discipel. En niet eerder.

Dopen…

Dopen is geen aanduiding, geen benaming van een gebeurtenis, maar dopen is een handeling. In verschillende kerken worden kinderen “gedoopt”. Niet op grond van hun geloof, en ook niet omdat ze de keus hebben gemaakt Jeshoea te willen volgen, maar op grond van hun afkomst. En dan komt daarbij dat die vorm van “dopen” geen dopen is !!

Het Griekse woord βαπτιζω... baptizō, wat vertaald wordt met dopen, betekent letterlijk: onderdompelen. Bij de kinderdoop wordt ook niet ondergedompeld maar besprenkeld.

Dat is een heel ander woord, nl. ῥαντιζω... rhantizō, zoals dat o.a. gebruikt wordt in: “...en ook de tabernakel en al het gereedschap voor de eredienst besprengde hij evenzo met bloed.” (Hebr. 9:21)

Jeshoea gaf ons de opdracht om te dopen, om ondergedompeld te worden in water en niet om met water besprenkeld te worden. De doop is een gehoorzaamheid aan Jeshoea ‘s opdracht. Door de doop worden onze zonden afgewassen beweert Ananias, als hij door God naar Saulus toe wordt gestuurd in Damascus.

Handelingen 22:16
“...wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen en uw
zonden afwassen, onder aanroeping van Zijn naam...”

Maar de doop gaat nog veel dieper dan het afwassen van zonden. Dopen, onderdompelen, is de uitbeelding van “begraven worden”. Is het sterven aan je eigen-ik en het begraven van je oude, zondige natuur. Daar moet jezelf voor kiezen. Die oude mens moet begraven worden en niet met water besprenkeld worden. De doop is begraven worden in Jeshoea ’s dood.

Hij werd in een graf gelegd, in doeken gewikkeld, zoals bij Zijn geboorte. In doeken, in een aardse en menselijke omhulling.   Maar toen Jeshoea opstond uit de dood, in een nieuw lichaam en een nieuw leven, toen bleef er iets achter in het graf...

Johannes 20:7
“...ging het graf binnen en zag de windsels liggen, maar de zweetdoek, die op zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de windsels liggen, doch opgerold, terzijde op een andere plaats.”

Er bleef iets in het graf achter!   De doeken. Het beeld van het oude, het natuurlijke leven. Er blijft wat achter bij de doop, in het watergraf, namelijk je oude natuur!   Dopen is een begrafenis, is in de dood van Jeshoea inbegrepen worden, zoals Paulus dat uitlegt    

Romeinen 6:3
“...Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood...”    

Daar kies je voor. Je kiest er voor om deel te hebben aan Jeshoea’s dood.   Om met Hem, je “oude-ik” te begraven door de doop. Daarom ga je helemaal onder.   Maar wel met een doel!  

“...opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit van de Vader, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen.”

Om niet alleen met Christus gekruisigd te worden, niet alleen om met Christus te sterven en begraven te worden, maar ook om met Christus op te staan als een nieuwe schepping! En dan redeneert Paulus in Romeinen 6 daar nog wat verder over:

“...Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan Zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oudemens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden...”

De doop is begraven worden én....weer opstaan als een wedergeboren kind van God. Maar de doop is nóg meer. Méér dan zonde afwassen, meer dan begraven worden. Het heeft nog een intense bijbelse betekenis, die verder gaat dan een mooi geestelijk beeld.

Galaten 3:27
“...gij allen, die in Christus gedoopt zijt,
hebt u met Christus bekleed.” 

Door de doop, nietdoor de bekering en ook nietdoor je geloof, maar door de doopben je met Christus bekleed !   Door de doop heb je Jeshoea “aangedaan”, zoals Paulus schrijft:

Romeinen 13:14 
“...doet de Here Jezus Christus aan...

 Bekleden. Het Griekse woord ἐνδυω... en-duō, betekent: aantrekken, aankleden, aandoen. Datzelfde woord gebruikt Jezus in een gelijkenis…

“...Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een koning, die voor zijn zoon een bruiloft aanrichtte. En hij zond zijn slaven uit om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij wilden niet komen... Toen zeide hij tot zijn slaven: De bruiloft is wel gereed, maar de genodigden waren het niet waard. Gaat daarom naar de kruispunten der wegen en nodigt allen... En de bruiloftszaal werd vol met hen, die aanlagen. Toen de koning binnentrad om hen, die aanlagen, te overzien, zag hij daar iemand die geen bruiloftskleed aanhad...”

In de grondtekst staat:“...die niet bekleed was met”.  

Mattheüs 22:1-4
“...En hij zeide tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier gekomen zonder bruiloftskleed? En hij verstomde. Toen zei de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit.”

Hoe belangrijk is het om bekleed te zijn? Hoe belangrijk is het om met Jeshoea bekleed te zijndoor de doop!   En nu wil ik NIET beweren dat als iemand niet gedoopt is dat hij dan ook niet met Christus bekleed is. Deze gelijkenis wil iets anders benadrukken. Maar Jeshoea wil dat wij bekleed zijn met Hem. Dat God en dat andere mensen Jeshoea in ons zien. Voor God zijn we “ingelijfd” bij en één geworden met Hem. De Bijbel geeft daar een prachtig voorbeeld van:

“...ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen…

En hoe noemt Paulus dat?...hoe legt hij dat op een treffende manier uit?

1 Corinthiërs 10:1-2
“…allen zich
in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee…”

Door het water heen werden ze voor God ingelijfd, inbegrepen in Mozes, behorende tot Mozes, één met Mozes. Zo worden wij door de doop in water, voor God ingelijfd bij Jeshoea. Behorende tot en met Hem bekleed.

Maar de doop, sterven en begraven worden, heeft nog een betekenis. Je kunt niet zomaar bij Jeshoea “inbegrepen” en “ingelijfd” worden. Je bent immers een zondaar met een zondige, verkeerde natuur en met een verkeerde afstamming. Dat moet je kwijt. In de doop leg je het “oude leven” af en trek je een “nieuw leven”, een nieuwe mens aan.

Efeze 4:20-24
“...gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen...dat gij...de oude mens aflegt….de
nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is...”  

De doop is het afleggen van je oude-ik, is sterven aan jezelf. Sterven is een noodzaak omdat wij allen “in-Adam” zijn verwekt.  

Ben ik een zondaar omdat ik zondig of zondig ik omdat ik een zondaar ben? Door onze afkomst zijn wij als zondaren geboren. En dat zijn we niet geworden toen we de eerste keer zondigden. Het probleem is niet zozeer ons gedrag, onze daden, maar het probleem is onze afkomst ! Door “in-Adam”te zijn verwekt en geboren,zijn we zondaren. Daar ligt ons én ook Gods probleem. Onze afkomst moet veranderen… en dat kan!   Over dat geheimenis spreekt de Bijbel ook.

Johannes 1:12-13
“...hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijn naam geloven, die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit-God-geboren zijn.”

Dat is wedergeboren worden. Dát is veranderen van afkomst!

Wedergeboorte.

Dat wedergeboorte noodzakelijk is legt Jeshoea aan Nikodemus uit.   De Bijbel kent verschillende grondwoorden welke wij vertalen met “wedergeboren worden”. Het Griekse woord γενναω...gennaō betekent: “geboren doen worden, verwekken, baren”. Als dit woord in mannelijke zin gebruikt wordt, dan wordt het vertaald met “verwekken” :

Mattheüs 1:20
“...want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest.”

maar als het gebruikt wordt in vrouwelijke zin, dan wordt dit woord vertaald met “baren”

Lucas 1:13
“...uw vrouw...zal u een zoon baren en gij zult hem de naam...”

Datzelfde heeft wedergeboren worden, opnieuw geboren worden. Is het baren, geboren worden of verwekken?   In verschillende teksten wordt het woordje “palin” (Matt.19:28) of “ana” (1 Petr.1:3), wat “opnieuw” betekent, aan “gennaō” vastgekoppeld.

Maar het mooiste woord gebruikt Jeshoea hier, als Hij tegen Nicodemus zegt in

Johannes 3:3 
“...tenzij iemand wedergeboren wordt, kan hij het koninkrijk Gods niet zien”.

Daar staat in het Grieks γενναω ἀνωθεν...gennaō anōthen, en betekent: “verwekt-van-boven-af ”. Jeshoea laat hier zo schitterend zien hoe het in zijn werk gaat. Je moet opnieuw, maar nu “van-boven-af-verwekt”worden. Er moet in jou een nieuwe, een hele nieuwe mens verwekt worden, van boven af, door de heilige Geest. Zoals Jeshoea door de heilige Geest, zonder zonde, verwekt werd in Maria.   Dat moet met ons ook gebeuren, zodat wij niet langer “in-Adam” zijn, maar opnieuw verwekt en geboren zijn “in-Christus”,als een nieuwe schepping.

En de oude mens? Die moet sterven en begraven worden. Daar kies je voor.

Daar mag je voor kiezen.

J.P. van der Wolf